1372: Woerden krijgt stadsrechten

8

Woerden lag op de grens van twee machtsgebieden, dat van de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland, en had daarom een belangrijke verdedigingsfunctie. Was de verdedigingslijn in de Romeinse tijd nog vanuit het zuiden (Romeinen) tegen het noorden (barbaren), zo'n 900 jaar later was de verdedigingslinie veranderd in een oost-westelijke: Utrecht tegen Holland. In de bewaking van 'Het Sticht', zoals het rechtsgebied van de Utrechtse bisschop ook genoemd werd, tegen de sinds de 11e eeuwe opkomende graven van Holland had de vlek Woerden met zijn rond 1160 gebouwde kasteel een belangrijke rol. Dat kasteel was niet het huidige, maar een ouder exemplaar in de buurt van de Hogewoerd. Namens de bisschop bestuurden en verdedigden zogenaamde 'ministerialis', ridders vanaf het kasteel het gebied.. In de 12e en 13e eew werd dit een erfelijke positie, vervuld door de heren, die zich naar hun rechtsgebied Van Woerden noemden. De Van Woerdens werden van ambtenaren tot machtige bestuurders en grondbezitters, die, behalve het belang van de bisschop ook hun eigenbelang goed in het oog hieleden. Aan het eind van de 13e eeuw waren ze zo machtig, dat ze zich op veel punten niet veel meer van hun heer, de bisschop, hoefden aan te trekken. Hun gebied strekte zich uit tot Bodegraven, Oudewater en zelfs enige tijd Montfoort.

De zesde en laatste Herman van Woerden gokte rond 1280 op de verkeerde paarden. Hij sloot een verbond met een aantal andere edelen in het westelijk deel van Utrecht tegen de bisschop. Deze kreeg in zijn strijd tegen zijn opstandige leenmannen echter steun van zijn 'natuurlijke vijand', de Hollandse graaf Floris V, met als resultaat dat Herman de vlucht moest nemen en de bisschop, om de kosten te betalen, stad en land van Woerden aan de graaf in onderpand moest geven. Herman van Woerden sloot later vrede met de graaf, maar dit was van korte duur. Met andere edelen vermoordde Herman in 1296 graaf Floris V bij Muiden, waarna hij opnieuw moest vluchten, nu definitief. En omdat het Sticht rond 1300 zwakker en Holland steeds sterker werd, slaagde de graaf er in 1306 definitief in om het Land van Woerden bij Holland te voegen, een situatie, die bijna 700 jaar bleef bestaan.

De vijand kwam nu niet meer uit het westen, maar uit het oosten, als gevolg waarvan de verdediging vanuit Woerden nu in de richting van Utrecht werd georganiseerd. Daarvan werd serieus werk gemaakt door Willem van Naaldwijk, baljuw van Rijnland en Woerden en de hoogste vertegenwoordiger van de graaf van Holland. Toen rond 1370 een wat sterkere bisschop Holland en het Land van Woerden bedreigde, kreeg Willem van Naaldwijk als taak de verdediging van dat gebied te verbeteren. Woerden had zich rond die tijd ontwikkeld als een dorpje rondom een kerk, gebouwd aan het begin van de 13e eeuw op de plaats van een ouder exemplaar, dat in een van de vele oorlogjes rond die tijd was verwoest. Door het plaatsje stroomde de Oude Rijn, die in de loop der tijd tot rust was gekomenen min of meer de loop had gekregen, die ze tot 1961 behield. Het belangrijkste gebouw was het al genoemde kasteel, waarschijnlijk een versterkte toren, waarin de plaatselijke bevolking kon vluchten. Willem van Naaldwijk werkte snel, efficiënt en goedkoop. Hij dwong de bevolking van het Land van Woerden om mee te werken aan het graven van een gracht (de latere binnengracht) en het palissaderen, met houten palen 'ommuren', van het plaatsje. Behlave het leveren van arbeid mochten de De Woerdenaars ook het materiaal betalen. Als dank kreeg Woerden van Albrecht van Beieren, die als voogd over zijn krankzinnige broer Willem, het graafschap Holland bestuurde, op Sint Gregoriusdag anno 1371 stadsrechten. Dat is volgens onze huidige tijdrekening 12 maart 1372; de graven van Holland gebruikten een andere vorm van dateren, waarbij het jaar niet van 1 januari tot en met 31 december liep, maar van Pasen tot Pasen. Woerden kreeg relatief laat zijn stadsrechten. Steden in de omgeving hadden die al veel eerdre gekregen: Oudewater in 1265, Gouda in 1272, Schoonhoven in 1280, Montfoort in 1329 en IJsselsteijn in 1331. Alleen Haastrecht kreeg zijn stadsrechten nog later, namelijk in 1396. De Woerdenaars hoefden in dit gebied van de graaf van Holland geen tollen te betalen, ze kregen poorterrechten, een eigen stadsbestuur en later ook nog rechten ter bescherming van hun lijf en goederen in gerechtelijke processen van andere steden.

De houten ommuring van de stad werd al in de 15e eeuw vervangen door een stenen stadsmuur, aangeplempt met aarde, waardoor wallen ontstonden. Aanvankelijk waren er vier stadspoorten, waarvan er een al heel snel verdween. De Kromwijkerpoort aan het eind van de Havenstraat bleef tot aan het begin van de 18e eeuw bestaan; de twee belangrijkste poorten waren de Leidse- of Rietvelder en de Utrechtse- of Hofpoort, aan respectievelijk het west- en oosteid van de huidige Voorstraat. Deze poorten werden een paar keer vernieuwd; de laatste versies werden in 1874 gesloopt. De grondvorm van de nieuwe stad, de zogenaamde Vijfhoek, is nog altijd de basis van het oude stadscentrum en is vooral bepaald door de al bestaande vorm en bebouwing rond 1370.

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Kaart van Woerden uit 1557, door Jacob van Deventer

Stadsmuseum Woerden, voormalig stadhuis

Kaart gemeente Woerden uit 1867

Wapen van Woerden

Binnenstad van Woerden

Luchtfoto Kasteel van Woerden

Kaart van Woerden uit 1650

Woerden 600 jaar stad

Een blik in de historie van Woerden, van circa 50 jaar na christus tot 1372: het jaar waarin Woerden stadsrechten kreeg

In 1972 werd uitgebreid gevierd dat Woerden 600 jaar stadsrechten had

In 1972 werd uitgebreid gevierd dat Woerden 600 jaar stadsrechten had

Links