De eerste trein

23

De 19e eeuw was de eeuw van de industriële revolutie. Het was de tijd, waarin veel handwerk vervangen werd door machines, de fabrieken de steden begonnen te vervuilen met roet, as en smog en de arbeiders in de fabrieken steeds langer ongezonder werk moesten verrichten voor steeds lagere lonen. Pas milieuwetgeving als de Hinderwet en de Stoomwet en sociale wetgeving als de Arbeidswet, het “Kinderwetje” en de gezondheidswetten brachten hierin langzaam verbetering.
De machines vervingen niet alleen handwerk, maar ook natuurlijke energiebronnen. De stoommachine maakte molens, maar ook schepen en wagens niet meer afhankelijk van wind of paardenkracht. Tussen 1850 en 1875 bracht dit ook in Woerden veranderingen teweeg,  die zichtbaar werden in de stoomgemalen (zie venster 25), de stoomtrein en de straatverlichting.

In 1839 reed de stoomtrein De Arend, in 25 minuten van Amsterdam naar Haarlem. Daarmee was de eerste spoorlijn in Nederland in gebruik genomen. Verschillende ondernemers richten spoorwegmaatschappijen op. Eén van de grootste was de Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij, die in mei 1855 een spoorlijn opende tussen Rotterdam en Utrecht. Op die lijn kwam een station Woerden, eigenlijk niet meer dan een houten gebouwtje, dat als directiekeet gebruikt was toen de spoorweg werd aangelegd; later kwam er een houten goederenloods bij. Binnen vier maanden had Woerden ook zijn eerste treinongeluk, toen in september 1855 bij het station een locomotief tegen een zandtrein aanknalde, gelukkig zonder slachtoffers te maken.
Andere spoorlijnen volgden al snel: in 1869 kwam de lijn Harmelen-Breukelen (met een station aan de Putkop) en in 1878 de lijn Leiden-Utrecht. Hierdoor werd het aantal passagiers en overstappers in Woerden steeds groter. Toen de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (een voorloper van de NS) de spoorlijnen bij Woerden had overgenomen ontstonden plannen voor de bouw van een echt stenen station. Het zou nog tot 1913 duren voordat dit gebouw, ontworpen door ir W. de Jong, gebouwd werd. Het staat er nog altijd, maar is in de afgelopen eeuwen aanzienlijk verbouwd en aangepast aan de eisen der moderne tijd. Het station in Harmelen, bij de Putkop, was minder succesvol; in 1936 werd het gesloten voor personenvervoer, voor goederenvervoer bleef het nog een aantal jaren bestaan.
Tegenwoordig is Woerden een belangrijk knooppunt voor het treinverkeer geworden: talloze treinen passeren in en buiten de spitsuren het Woerdense station.

De straatverlichting in Woerden was in het begin van de 19e eeuw beperkt tot ongeveer vijftig lantaarns, die alleen in het donkere winterseizoen ’s nachts werden ontstoken. Het waren olielantaarns, die werkten op raapolie; een paar gemeentelijke lantaarnopstekers zorgden ervoor, dat ze aan- en uitgemaakt werden. Omdat de olie relatief duur was besloot het gemeentebestuur eind 1856 om de olielampen door gaslampen te vervangen. Er werd een contract voor 25 jaar gesloten met een particuliere ondernemer uit Gouda, De Vries Robbé, die om het gas te maken een fabriek bouwde aan de Westdam, net buiten de stad, op de plaats waar later het stadhuis kwam te staan. Vanaf de fabriek werd ongeveer een kilometer buizen naar de ongeveer 65 lantaarns door de hele stad aangelegd en vanaf 1 september 1858 kon de gasverlichting in gebruik genomen worden.

De ‘gazfabriek’ leverde ook gas aan particulieren en werd een goed draaiend bedrijf, zo goed, dat de gemeente, nadat de gasfabriek in 1887 deels afbrandde, besloot om zelf een gasbedrijf op te zetten. Er werd een nieuwe gasfabriek gebouwd aan het stuk van de buitenwal, dat later de Oranjestraat werd genoemd. Het gas werd gemaakt op basis van kolen (steenkoolgas) en opgeslagen in grote ‘gashouders’. Ook als gemeentelijk bedrijf bloeide de fabriek: in 1910 waren er bijna 400 gasverbruikers en 110 gaslantaarns in Woerden, in 1915 waren er bijna 1300 verbruikers en 152 lantaarns. Vanaf 1920 werden de gaslantaarns in vijf jaar tijd geleidelijk omgebouwd naar electrische lantaarns; de stroom werd geleverd door het nieuwe Gemeentelijk Electriciteitsbedrijf.
De gemeentelijke gasfabriek bleef tot 1958 in werking; in dat jaar sloot de gemeente Woerden zich aan bij het Gasbedrijf Centraal Nederland. Steenkoolgas werd aardgas. De fabriek werd in de jaren erna langzaam ontmanteld en afgebroken. Daarna werd aan de Oranjestraat het bedrijfspand van De Sluis gebouwd en nu staan er woningen.
De straatverlichting in de andere kernen bleef veel langer een kwestie van lampolie en lantaarnopstekers. De fase van aardgas werd in Harmelen, Kamerik en Zegveld gewoon overgeslagen: tussen 1920 en 1925 werden ook die gemeente van electriciteit voorzien door de Provinciale Utrechtse Electriciteits Maatschappij; Barwoutswaarder en Rietveld volgden in 1926 met stroom uit Woerden.
 

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Het station in Woerden, de perronzijde met de voetgangersbrug, 1913.

Zicht op het station van Woerden, jaren 30. Het Utrechts Archief

Het toen nog bestaande station Harmelen, 1906. Het Utrechts Archief

Zicht op de gasfabriek Woerden, gezien vanaf de Singel in 1914.

Beelden van het station van Woerden door de tijd heen

Meer weten

Meer lezen
Landelijk:
- Artz, Alexander Fietsen en wandelen langs oude spoorwegen in Nederland (Rijswijk, 2009)
- Kerpel, T.J. Het licht van de lantaarn (Kampen, 1984)
- Veenendaal, Guus Spoorwegen in Nederland van 1834 tot nu (Amsterdam, 2008)

Woerden en omgeving:
- Alkemade, W.R.C. ‘De aanleg van de weg en vaart tussen Bodegraven en Gouda’ in: Reeuwijkse Reeks nr 4 (1992), pp.36-48;
- Alkemade, W.R.C. ‘De Nieuwe Zandweg te Linschoten als tolweg, 1820-1912’ in: Heemtijdinghen, jg 31 (1995), nr 2, pp. 38-46;
- Es, Jan van Woerden in bedrijf (Alphen aan den Rijn, 1990) pp. 29-33 en 66-68.
- Nap, H. en C. Timmerman ‘Diederik Gregorius van Teylingen (1752-1837), ambachtsheer van Kamerik en de Houtdijken’ in: Langs de Oude Rijn: levensbeschrijvingen van bekende en onbekende mensen uit Vleuten De Meern, Harmelen en Woerden (Utrecht, 1999), pp. 171-175
- Panne-van Deuren, C.J.H.M. van de Invenaris van het archief van de Commissie van de Administratie over den Kamerikschen Dijk 1838-1917 (1925) (Woerden, 1990), pp. 2-11

Links