De ramp van Woerden in 1813

19

Jan Meulman werd op 14 maart 1767 geboren in Dalfsen bij Zwolle en was de zoon van koopman Hendrik Meulman en Elisabeth Domburg. Zijn jeugd bracht hij in Dalfsen door. Nadat op jonge leeftijd zijn ouders waren overleden, werd hij door zijn grootvader opgevoed. Jan ging in Zwolle naar de Latijnse School en later studeerde hij in Utrecht, waar hij al in 1787 promoveerde in de rechtswetenschap. In datzelfde jaar werd hij Secretaris van het Gerechtshof en de Hoge Criminele Vierschaar van Stad en Lande van Woerden en begon zo de loopbaan van verschillende belangrijke functies binnen Woerden. Hij werd tevens stadssecretaris en een jaar later ook notaris.

Bij de omwenteling in 1795 speelde Jan Meulman een belangrijke rol. Meerdere keren werd hij afgevaardigd om met Franse officieren te onderhandelen. Op 21 januari verwelkomde hij in Linschoten de Franse troepen die de volgende dag Woerden zouden bereiken. Verschillende bestuurlijke veranderingen werden doorgevoerd: de oude vroedschap werd vervangen door een nieuw bestuur, de municipaliteit. Zittende bestuurders verdwenen van het toneel, maar Meulman bleef actief. In 1803 volgde hij de overleden baljuw Dominicus Costerus op. In die hoedanigheid eiste hij in 1805 de doodstraf tegen de rover Johann Heinrich Himmelgarten, die met zijn bende drie personen had vermoord. De vierschaar oordeelde Himmelgarten op Meulmans aanklacht schuldig en veroordeelde hem tot de dood. Dit was tevens de laatste in Woerden voltrokken doodstraf. Na de opheffing van het baljuwschap door de invoering van de Franse Gemeentewet, werd Meulman in 1811 vrederechter in het kanton Woerden en in 1838 kantonrechter. Later werd hij ook nog lid van Provinciale Staten van Holland en schoolopziener in het district Woerden. Hij overleed op 22 augustus 1847 op het Huis Batestein in Harmelen.
Jan Meulman kreeg vooral bekendheid als schrijver, met name door zijn ooggetuigenverslag van de Ramp van Woerden in 1813 met de titel “Woerden in Slagtmaand 1813”. Hierin vertelt hij het verhaal van de gruwelijkheden die plaatsvonden in de stad in november 1813.

Eind 1813 leek de ondergang van Napoleons keizerrijk, waarvan Nederland sinds 1811 deel uitmaakte, nabij. Nadat de keizer in de slag bij Leipzig een enorme nederlaag had geleden trokken uit het hele rijk de troepen zich terug naar Frankrijk, ook vanuit Nederland. In steden als Den Haag, Amsterdam en Leiden begonnen verschillende burgers en bestuurders plannen te ontwikkelen en uit te voeren om het bestuurlijke gat, dat met het vertrek van de Fransen viel, in te vullen. Ze wilden dat de erfprins Willem Frederik van Oranje, zoon van de laatste stadhouder Willem V, terug zou keren uit zijn ballingschap in Engeland om de leiding van het land te aanvaarden.
De inwoners van Woerden waren zich in november 1813, zoals velen in Nederland, bewust geworden van naderende einde van de Franse heerschappij. De kleine Franse bezetting in de stad, bestaande uit drie gendarmes en een adjudant, werd het mikpunt van onschuldige spotterij. De adjudant Papillon voelde zich niet meer veilig in Woerden en verliet op 18 november de stad. Het vertrek leidde tot overmoedig gedrag bij het plaatselijk bestuur: maire Willem van Oudheusden vaardigde een oranje gezinde proclamatie uit, de Oranjevlag werd uitgestoken aan het stadhuis en de Franse adelaars werden van de openbare gebouwen verwijderd. De Fransen waren echter niet van plan het strategisch belangrijke Woerden op te geven en trokken onder leiding van kolonel Falba met 250 militairen naar Woerden om orde op zaken te stellen. De boodschap was duidelijk: de Fransen waren nog steeds de baas. Dankzij behoedzaam optreden van Meulman en schoolmeester De Jong blijven de gevreesde represailles uit en liep het met een sisser af. De Oranjesymbolen waren weer verwijderd en de Fransen hadden de orde hersteld.
Ondertussen had in Den Haag het zogenaamde 'Driemanschap" het algemeen bestuur overgenomen en een Oranje-garde gevormd. Een van de drie legerkorpsen van de Oranje-garde kwam op 23 november naar Woerden, verjoeg er de Franse bezetting en nam stelling in de stad en de twee forten Kruipin en Oranje aan de Oude Rijn ten oosten van de stad. Dit gebeurde tot groot ongenoegen van de inwoners die bang waren voor Frans militair ingrijpen. De vrees bleek gerechtvaardigd. In de nacht van 23 op 24 november trok een enorm leger van 1600 man onder aanvoering van generaal Gensy en de in Woerden al bekende kolonel Falba vanuit Utrecht naar Woerden. De Hollandse verdediging stond hiertegenover machteloos. Om 8.00 uur 's ochtend was de stad weer in Franse handen en begon het drama dat later bekend zou komen te staan als de "Ramp van Woerden".

De Fransen houden meedogenloos huis in de stad. Overal in de stad werd er gemoord, verwond, verkracht, geroofd en gesloopt. Onder de gedode burgers bevonden zich mensen van alle rangen en standen: deftige notabelen als dijkgraaf Costerus, dominee Buyt en griffier Van Loon tot "eenvoudige lieden", bejaarden maar ook bijvoorbeeld de 6-jarige Aartje Kip, een onschuldig kind. Vrijwel alle huizen werden door de plunderende massa bezocht. Pas tegen 19.00 uur kwam aan de trieste gebeurtenissen een einde. Er bleken 24 burgers gedood (twee anderen zouden binnen enkele dagen aan hun verwondingen overlijden) en 45 anderen waren ernstig tot levensgevaarlijk verwond. Nog drie dagen bleef een grote Franse troepenmacht de stad terroriseren. Op 28 november keerde de rust en konden de doden worden begraven.
Jan Meulman maakte dit alles mee. Als een soort oorlogsverslaggever rende hij door de stad en was hij getuige van een aantal van de moorden. Ook zelf wist hij ternauwernood aan de dood te ontsnappen.

Nadat de Fransen definitief vertrokken waren ontstond er een commissie onder leiding van de Hervormde dominee Van Waenen, die aan het werk ging om de nabestaanden van de vermoorde Woerdenaars en de slachtoffers, die de Ramp overleefd hadden, te helpen. In het hele land zamelde de commissie geld in. Ook Meulman leverde een bijdrage: hij verwerkte zijn belevenissen in het boek “Woerden in Slagtmaand 1813”, waarvan de opbrengst ten goede kwam van de slachtoffers van de Ramp.
De gebeurtenissen werden tot in de 20e eeuw herdacht. In 1913 was er een grote herdenking en in 1988 werd er in het Woerdense Stadsmuseum nog een herdenkingstentoonstelling ingericht. De Ramp was ook het onderwerp van kinder- en schoolboekjes. Na 1990 werd het verhaal echter steeds meer vergeten, waarschijnlijk omdat het een geschiedenis zonder grote helden is.

 

1 reactie

Goed geschreven verhaal. Onmiskenbaar van waarde voor Woerdenaren met belangstelling voor onze geschiedenis en nieuwe bewoners

Geplaatst door A.Schol op woensdag 30 oktober 2013 12:21 uur.

Ongepast? Mail de redactie
Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Het wapenschild van Woerden, half omsluierd, leunende tegen een cipres, aan welks voet een rokend oorlogsartikel en een dolk liggen.

Tekst in een krans van cipressenloof. Deze herdenkingspenning werd uitgegeven op de 25-jarige herdenking van de Ramp van Woerden.

'Afbeelding van eene der bivouakken.' Pagina uit "Woerden in Slagtmaand 1813", ooggetuigenverslag van Jan Meulman, de vrederechter (RHC Rijnstreek).

afbeelding uit 'Woerden in de Slagtmaand MDCCCXIII'

afbeelding uit 'Woerden in de Slagtmaand MDCCCXIII'

Meer weten

Meer lezen
- Dijk, B.M. van ‘Jan Meulman (1767-1847): bestuurder en chroniqueur’ in: Langs de Oude Rijn: levensbeschrijvingen van bekende en onbekende mensen uit Vleuten, De Meern, Harmelen en Woerden (Utrecht, 1999), pp. 82-86;
- Kapteyn, Paul, en Arjan Noorthoek De Ramp van Woerden in 1813 [lessenserie met docentenhandleiding] (z.pl., 1985)
- Lambooy, A.J. De Vrederechter van Woerden: een historisch verhaal uit het jaar 1813 (Helmond, 1937)
- Meulman, Jan Woerden in Slagtmaand 1813 (’s-Gravenhage, 1815)
- Schlingmann, F. ‘Een nieuw licht op een oude geschiedenis: het optreden van het Hollandse leger rond de Ramp van Woerden in 1813’ in: Heemtijdinghen, jg. 38 (2002), pp. 93-136;
- Zeeuw J.Gzn, P. de Het testament van de dijkgraaf  (Den Haag, z.j.)

Links