De stad wordt te klein

29

In de tweede helft van de negentiende eeuw begon het aantal inwoners van de gemeente Woerden sterk te groeien. Dat was in lijn met de landelijke ontwikkeling; ook toen was Woerden al een vrij gemiddelde gemeente. Rond 1850 nog 3500 inwoners had de gemeente er rond 1880 al ruim 4200, rond de eeuwwisseling was dat aantal al gestegen naar zo’n 5200 inwoners en in 1930 stond de teller op 7650 inwoners.
De gemeente Woerden was tot 1930 globaal in drie stukken te verdelen: de binnenstad binnen de Singel, de Pannenbakkerijen en het Jaagpad als een lint aan beide oevers van de Oude Rijn ten westen van de stad, en het landelijk buitengebied, vooral ten oosten (Geestdorp, Breeveld, Snel) en zuiden (Middelland, Kromwijk) van het centrum. Het merendeel van de Woerdenaars woonde in de binnenstad en daar groeide de bevolking aanvankelijk ook het snelst.

De binnenstad werd rond 1870 nog omgeven door de toen bijna 500 jaar oude stadswallen en de vestingwerken van rond 1705. Twee stadspoorten, de Rietvelderpoort of Leidsepoort aan de westkant en de Hofpoort of Utrechtsepoort aan de oostzijde waren de enige in- en uitgangen voor die binnenstad. Binnen die wallen en poorten propte de bevolking zich steeds verder op in afwachting van het moment, dat ze uit haar voegen zou barsten.
In 1826 had het Rijk de vestingwerken, wallen, grachten en poorten officieel aan de stad overgedragen met de opdracht die af te breken en te dempen, kortom te ontmantelen. Het stadsbestuur heeft daar maar langzaam werk van gemaakt. De toegang tot de stad werd belangrijk verbeterd toen de twee poorten in 1874 werden afgebroken; de tolheffing aan die poorten, een bron van inkomsten, maar ook van ergernis, was zo’n twintig jaar eerder al geëindigd.
De dichtgeplakte binnenstad werd pas echt een open stad onder burgemeester Matthijs Willem Schalij, burgemeester van 1883-1912. In 1885, kreeg hij de Woerdense gemeenteraad zover, dat ze 10.000 gulden beschikbaar stelde om de wallen te slechten en de grachten te dempen: vijf jaar later was dit project op een paar stukjes binnengracht na voltooid.

Dankzij dit project kwam er bouwgrond vrij en begon de eerste grote stadsuitbreiding. Er was vóór 1880 al begonnen met deftige herenhuizen aan de Oostdam. Het Exercitieveld en het Kasteel maakten het vlakbij de stad bouwen aan die kant echter niet mogelijk en dus werd er gekeken naar de westkant, het stuk tussen de binnenstad en de Pannenbakkerijen. Daar stond de gasfabriek, maar die brandde in 1887 af, waardoor er een perfecte plek ontstond voor een nieuw Stadhuis. Het oude stadhuis aan het Kerkplein was te klein en in slechte staat en hoewel burgemeester Schalij het ook wilde slopen stak de Minister van Binnenlandse Zaken, met hulp van zijn ‘monumentenambtenaar’ Victor de Stuers daar een stokje voor. Het oude Stadhuis werd kantongerecht en op de plaats van de afgebrande gasfabriek verrees in 1888 het nieuwe stadhuis. Dit nieuwe stadhuis was een spiegelbeeldversie van het stadhuis van Noordwijk en het verhaal gaat, dat burgemeester Schalij de Noordwijkse bouwtekeningen met hulp van de stadsarchitect had overgetrokken. De ontwerper van het Noordwijkse stadhuis, Nicolaas Molenaar, was niet gecharmeerd van dit plagiaat: het leidde voor hem tot compensatieopdrachten in Woerden (o.a. de Bonaventurakerk) en landelijk tot een rel en tenslotte een Auteurswet voor architectuur.

De eerste stadsuitbreiding rond 1890 vond plaats aan de Westdam en de Nieuwstraat. Tussen 1890 en 1905 ging het verder op de nieuwe bouwterreinen langs de Kruittorenweg en de Wilhelminaweg met zijstraten. Vanaf 1900 werden de eerste huizen aan de Utrechtsestraatweg gebouwd.en kwamen er deftige herenhuizen aan de Haven. Rond 1920 kwamen de eerste Woerdense woningwetwoningen achter de Kruittorenweg en de Nieuwe Markt tot stand, deels naar ontwerp van de bekende architect Jan Wils. In 1920 werd het laatste stukje binnengracht aan de westkant van de stad gedempt en kreeg het de naam Gedempte Binnengracht.

Deze uitbreidingen zetten wel enige zoden aan de dijk, maar het aantal nieuwe huizen bleef achter bij het groeiend aantal Woerdenaars. Halverwege de jaren ’20 werd er begonnen met het bouwen van eenvoudige betaalbare huizen in ‘de Steenkuilen’, het gebied ten zuiden van het Jaagpad aan de westkant van de stad. Eerst kwamen de Prinsenlaan, de Honthorststraten en de burgemeester Schalijstraat, genoemd naar de grote stadsuitbreider; halverwege de jaren ’30 ging het verder met de Bloemenbuurt. Ook op andere plaatsen werden vanaf 1920 nieuwe huizen gebouwd: ten noorden van de Pannenbakkerijen (later de Leidsestraatweg genoemd) kwamen er huizen aan de Baanstraat, de De Brauwstraat en de Nieuwendijk en ten zuidoosten van de stad werden de Van der Valk Boumanlaan en de Linschoterweg volgebouwd.
In 1940 kwam er, ten gevolge van de tweede wereldoorlog, een eind aan de stadsuitbreiding. Woerden had toen ruim 9250 inwoners. Pas na de oorlog zou de stad verder groeien, niet alleen door woningbouw, maar ook door herindelingen, totdat de gemeente in 2011 de 50.000 inwonersgrens passeerde.

Zwemclubs

Al in 1928 bestond in de stad een Woerdensche Zwem- en Poloclub. Deze WZC, zoals de vereniging werd afgekort, had de zandgaten aan de Kerkhoflaan, nabij de Nieuwendijk, als thuisbasis. In 1929 kwam er een zes meter hoge ‘springtoren’ bij dat zwembad. In 1934 maakte Jaap van der Vooren sr. een documentaire over dit zwembad.

In 1929 kreeg Woerden een concurrerende club, Forel. Die speelde in de ‘Badinrichting aan het Plantsoen’. Op de stadskaart van 1942 is deze badinrichting ingetekend.

Na de tweede wereldoorlog werden de zandgaten inmiddels de ‘Tournooiplas’ genoemd. Toen in 1950 het bad aan het Plantsoen niet langer beschikbaar was voor de polosport, kwam het tot een fusie van de twee clubs. Vanaf dat moment gingen zij als ‘De Pinguïns’ door het leven.

In 1953 ontstond een scheuring binnen de Pinguïns en volgde de oprichting van wat weer WZC werd genoemd. Het zou tot 1965 duren voor de wonden waren geheeld. In december van dat jaar werd besloten tot een fusie en werd de naam Zwemclub Woerden ingevoerd, die gehandhaafd bleef tot de fusie in september 2013 tussen de Zwemclub Woerden en One Team Swimming tot de nieuwe Zwem en Poloclub Woerden (ZPCW). Daarmee is de cirkel rond en de oude naam weer bijna terug.
 

 

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Gezicht op het stadhuis en NH kerk. Een tekening uit ca. 1730. Het Utrechts Archief

Burgemeester Matthijs Willem Schalij

Zicht op stadhuis eind negentiende eeuw. Het Utrechts Archief

Een dagje naar het zwembad , filmopnamen van Jaap van der Vooren sr (1894-1974)

Meer weten

Meer lezen
- Alkemade, W.R.C, en L.C.M. Peters De straatnamen van Woerden: verklaring van alle bestaande straatnamen in Woerden, Kamerik en Zegveld (Woerden, 1996);
- Blijdenstijn, Roland Waardevol Woerden in ontwikkeling: een cultuurhistorische effectrapportage van de binnenstad van Woerden (Woerden, 1999);
- Es, Jan van, en Saskia van Ginkel Meester Woerden: geschiedenis en architectuur (Zeist/Utrecht, 2000)
 

Links