De verwoestende brand van 1910

32

23 juni 1900...

Op 23 juni 1900, een zomerse zaterdagmorgen, brak er boven Harmelen een hevig onweer uit. Het noodweer hield de mensen binnenshuis, zodat het pas na enige tijd duidelijk werd, dat rond 11 uur de bliksem was ingeslagen in de toren van de Nederlands Hervormde kerk. Een grote vlam en rookwolken vanuit de toren wezen er op, dat het niet goed zat. Er werd alarm geslagen en weldra waren de twee gemeentelijke brandspuiten met volle kracht aan het werk aan een, naar later bleek, onmogelijke taak. De toren en vervolgens de kerk stonden al in lichterlaaie tegen de tijd dat de brandspuiten in werking waren gezet. De in allerijl te hulp geroepen grote stoombrandspuit uit Utrecht arriveerde en wist het vuur tenslotte te doven, terwijl de gemeentelijke brandspuiten de belendende percelen nat hielden en uitbreiding van de brand wisten te voorkomen. De smeulende resten van het gebouw waren de dag erna voor honderden ramptoeristen de aanleiding voor een gezellig zomers dagje uit.

De kerk en de toren moesten als verloren worden beschouwd. Tenminste…dat dachten de meeste Harmelaars. Zo niet burgemeester Van Heemstra, die de bekende Utrechtse architect Wentink en de beroemde Amsterdamse architect Pierre Cuypers, die in de buurt aan kasteel De Haar werkte, inschakelde om een restauratieplan te maken. In korte tijd werden de verwoeste kerk en toren opnieuw opgebouwd in min of meer dezelfde vorm als zijn voorganger en misschien nog wel mooier, zoals sommigen vonden.

Honderd jaar later zou een dergelijke blikseminslag in de Harmelense kerktoren waarschijnlijk tot veel minder schade hebben  geleid. De moderne brandblusmiddelen en het goed getrainde brandweerpersoneel van tegenwoordig zou veel sneller en effectiever gewerkt hebben dan met de beperkte pompspuiten en de overal bij elkaar geharkte brandweerplichtige Harmelaars in 1900 mogelijk was geweest.
Toch was rond 1900 de tijd van het blussen met brandhaken en van lange slierten van mensen, die emmertjes water moesten doorgeven vanaf de sloot naar de brandhaard al geruime tijd voorbij. De overheid had al vanaf de vijftiende eeuw regels of ‘keuren’ vastgesteld om brand te voorkomen. In de steden het eerst, want in plaatsen als Woerden stonden rond 1500 nog vooral houten, brandgevaarlijke huizen heel dicht op elkaar gebouwd. Steeds meer werden de mensen verplicht hun huizen brandveilig en dus van steen te bouwen. De uitvinding van de brandspuit door Jan van der Heijden in 1671 was van groot belang: met die nieuwe spuit kon via een slang water uit een sloot of gracht worden gepompt om een constante waterstraal uit die slang te kunnen  Dat pompen gebeurde met de hand. De spuiten werden steeds professioneler en ook groter: om ze te verplaatsen werden ze van wielen voorzien en aan de meeste pompen konden meer dan één slang worden aangesloten...
Dergelijke pompen waren rond 1900 in alle kernen van het huidige Woerden in gebruik. In Woerden waren er vier, verspreid over de hele gemeente, Harmelen en Kamerik hadden er twee en in Zegveld was er maar één. Door overeenkomsten met elkaar en andere buurgemeentes af te sluiten waren de gemeentes verzekerd van onderlinge hulp bij brand. De handpompen werden getrokken door een paard, een tractor of door menskracht.

Tot in de jaren ’20 was er in alle kernen nog een zogenaamde brandweerplicht van kracht. Mannen tussen de achttien en zestig jaar waren verplicht bij het uitbreken van brand op te komen om te helpen blussen. Er was een hele organisatie met brandmeesters, onderbrandmeesters, commandeurs, wekkers, spuitgasten, pijphouders, allemaal onder de officiële leiding van de burgemeester; die werd overigens wel geacht zich niet met het feitelijke bluswerk te bemoeien. Een paar keer per jaar werd er geoefend en voor elke uitruk kregen de brandweerplichtigen een kleine vergoeding. In de jaren ’20 werd de plichtbrandweer in Woerden en omgeving vervangen door vrijwillige brandweerkorpsen: in Woerden in 1921, in Harmelen in 1924 en in Kamerik in 1925.. In Zegveld duurde het nog tot 1937 voordat er een vrijwillige brandweervereniging kwam. Vaak ging de oprichting van een vrijwilligersorganisatie gepaard met de aankoop van een professionele brandweerauto met motorspuit.

... en 23 september 1910.

Voorkomen is beter dan blussen: net als in de 16e en 17e eeuw waren er in alle gemeentes verordeningen om de kans op het uitbreken van brand zo klein mogelijk te houden. Als die niet goed werden nageleefd kon dat tot rampen leiden, zoals die welke Kamerik op 23 september 1910 trof. In de timmerwerkplaats van Van Vreeswijk, midden in het dorp, was brand ontstaan, waarschijnlijk door onvoorzichtigheid of onachtzaamheid. Er stond een grote houtvoorraad in de werkplaats, die weldra in lichterlaaie stond. Het vuur sloeg snel over naar de naburige huizen; de bewoners konden zich ternauwernood uit de voeten maken. De torenklok werd geluid en de brandweerplichtigen haasten zich met de twee pompen (eentje stond aan de Kanis) naar de brand. Helaas was het personeel slecht getraind en bleken de slangen zo nauw, dat het straaltje dat de spuiten produceerde absoluut geen zoden aan de dijk zette bij het bluswerk. Gelukkig kwam de Woerdense brandweer met twee spuiten te hulp en nog later de Utrechtse brandweer met de stoomspuit. De schade bleef niet beperkt tot een enkel gebouw, zoals in 1900 in Harmelen: zeven woningen en de kerktoren van de Hervormde kerk waren teloor gegaan.
Kamerik werd door deze ramp wakker geschud: nog in 1910 werd de brandspuit geheel gerenoveerd, er werd weer intensief geoefend en het onderhoud van de spuit kwam in de vertrouwde handen van de veldwachter.

Tot op de dag van vandaag is de brandweer in de gemeente Woerden een grotendeels op vrijwilligers draaiende organisatie. Ze wordt tegenwoordig centraal geleid vanuit Utrecht door beroepskrachten en beschikt over materiaal en kazernes, dat aan alle moderne eisen voldoet.
 

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Verwoeste kerktoren na de brand in Harmelen, 1900

De oude brandspuit van Kamerik, 1910

Mensen staan op de kade in Kamerik te kijken naar de brand, 1910

Overblijfselen van de grote brand in Kamerik, 1910

Op zondag bekijkt de bevolking van Kamerik de verwoestingen, 1910

Oefening van de Woerdense brandweer, 1953

Uitzending van Woerden TV ter ere van 90 jaar Woerdense brandweer, open dag 2011

Meer weten

Algemeen
- Heurneman, Mieke Vuur-werk: de Utrechtse Provinciale Brandweerbond en de brandbestrijding in de provincie Utrecht (z.pl., 1998);
- Verburg, G.J. In vuur & vlam: geschiedenis in woord en beeld van de brandbestrijding (Haarlem, 1967)

Woerden en omgeving
- Brak, P. De geschiedenis van een dorpsbrandweer: de Zegveldse vrijwillige brandweer (1937-1987) (Woerden, 1987)
- Driendijk, L. Bij brand sta pal het vuur ten val: zestig jaar brandweervereniging Woerden (Woerden, 1981);
- Es, Jan van Van handkracht tot hoge druk: brandweer Kamerik 75 jaar (Woerden, 2000)
- Lange, A.G. de Lange, en A.G.J. Verhagen Bij brand sta pal het vuur ten val: ter gelegenheid van het vijfenzeventig jaar bestaan van de brandweervereniging Woerden (Woerden, 1996)

Zien en beleven
Nationaal Brandweermuseum te Hellevoetsluis