Een rampjaar onder de Fransen

16

In 1672 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bedreigd. Het noorden werd aangevallen door de bisschoppen van Munster en Keulen, ter zee moest de Republiek zich tegen Engeland te weer stellen en Holland kreeg vanuit het oosten en zuiden te maken met de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV, die met zijn troepen doorstootte tot Utrecht. Het bestuur van Holland en zijn militaire leider voor de periode van één veldtocht, stadhouder prins Willem III, gaven opdracht tot het in werking stellen van de waterlinie. Dat betekende, dat een brede strook tussen Schoonhoven en Muiden onder water werd gezet: dijken werden doorgestoken en sluizen werden opengezet om de Franse vijand, die vanuit Utrecht kwam, tegen te houden: het was erg moeilijk voor legers om door onder water gezet gebied te gaan.
Deze “Hollandse Waterlinie” liep in onze streek tussen Hekendorp en Woerdense Verlaat, precies ten westen van de stad Woerden. De vestingwerken verkeerden er in zeer slechte toestand.

Stadhouder Willem III zag geen heil in het verdedigen van het stadje en trok zich terug achter de waterlinie, in een tentenkamp aan de Enkele Wiericke tussen Bodegraven en Nieuwerbrug. In het niemandsland tussen de door de Fransen ingenomen stad Utrecht en de waterlinie lag Woerden open en bloot. Het is daarom een wonder, dat pas drie maanden later, in september 1672, de Fransen de stad definitief innamen. De enige poging van de Hollandse troepen om de stad te heroveren leidde in oktober 1672 tot een kleine veldslag aan de oostkant van de stad, bij de Kruipin, waar graaf Frederik van Nassau-Zuilestein, een van de Staatse opperbevelhebbers sneuvelde, maar die geen strategisch succes voor Holland opleverde. Voor de stad had de slag een rampzalig gevolg. De Fransen wilden hun landgenoten in de stad Utrecht waarschuwen en ontstaken daartoe een vuur op de toren van de Grote Kerk (die pas in de 20e eeuw zijn naam ‘Petruskerk’ kreeg). Daarbij ging iets fout, zodat weldra de toren in lichterlaaie stond en, omdat de wind verkeerd stond, kort daarna eveneens de kerk en een groot aantal gebouwen in de nabijheid ervan. Ook de in de kerk opgeborgen archieven van stad, weeshuis en Groot-Waterschap gingen hierbij deels verloren.

Eind december 1672 begon het te vriezen. De Franse commandant, de hertog van Luxembourg, greep de kans, die hem door de vorst geboden werd: hij wilde doorstoten naar Den Haag. Vanuit Woerden trok hij over het ijs van de bevroren Waterlinie via Zegveld en de Meije naar Zwammerdam. Bij Nieuwkoop en Gouwsluis werd zijn leger echter tegengehouden Luxembourg kon hierdoor niet verder en besloot om terug te keren en later met verse troepen vanuit Woerden en Utrecht over de Hoge Rijndijk naar het westen op te trekken. Via Zwammerdam en Bodegraven gingen hij en zijn troepen over de Hoge Rijndijk terug naar Woerden. Dat ging gepaard met enorme plunderingen, moord en brandstichting in die twee dorpen en het gehele platteland eromheen. Omdat de troepen van de stadhouder zich intussen al grotendeels hadden teruggetrokken op Alphen en Gouda, lag de weg tussen Woerden en Bodegraven helemaal open voor de Fransen. Die bereikten aldus op oudejaarsdag 1672 Woerden, waar ze nog bijna een jaar een schrikbewind voerden. De Woerdenaars leden honger, ondergingen ontberingen en moesten voor alle kosten van inkwartiering en wapening van de Fransen opdraaien. Veel burgers stierven en menige welvarende Woerdenaar geraakte aan de bedelstaf. De stadstimmerman Hugo Kotestein werd beschuldigd van spionage en bijna door de bezetters opgeknoopt: invloedrijke vrienden en geld wisten dit te voorkomen. De florerende pannenbakkerijen aan de westkant van de stad werden verwoest.
Niet alleen de inwoners van Woerden, maar ook en vooral de boeren rondom de stad werden zwaar getroffen. De Fransen roofden en plunderden de voorraadschuren in Zegveld en Kamerik, terwijl ze in Harmelen daarnaast nog de kerk en het Huis Harmelen in brand staken. Het “Dagh-Register” en de memoires van burgemeester Bernard Costerus verhalen in geuren en kleuren van de ellende, die de bezetting met zich meebracht.
Pas in november 1673 kwam er een einde aan de Franse bezetting: na betaling van een afkoopsom van 15.000 gulden was de Franse commandant bereid de stad met zijn troepen te verlaten en naar Utrecht terug te keren. Voor het vertrek hadden de Fransen het kasteel en de stadswallen nog willen opblazen, maar dit werd tijdig ontdekt, waarna deze ramp voorkomen werd.
De oorlog zou nog een paar jaar duren: pas bij de Vrede van Nijmegen in 1678 kwam er een einde aan de strijd.
 

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Slag bij Kruipin in 1672

Fort Kruipin op een kaart uit 1892. De contour van het Fort is hier zichtbaar rechts boven het midden

In 2011 is niet veel meer te zien van het oude fort Kruipin. Op het terrein staat een boerderij met een boomgaard.

QR codes brengen rampjaar 1672 in Woerden dichtbij. Een 10-tal tegels biedt informatie voor een anderhalf uur durende stadswandeling

Tijdens de Historische Spelen speelden meer dan 80 Woerdense acteurs 5 voorstellingen voor jong en oud. Titel van de voorstelling 1672

Frits Bugter vertelt een verhaal over het rampjaar

Rampjaar 1672 in Woerden (RTV Utrecht)

Meer weten

Meer lezen
Algemeen:
- Dreiskämper, Petra ‘Redeloos, radeloos, reddeloos’: de geschiedenis van het rampjaar 1672 (Hilversum, 1998)
- Panhuijsen, Luc Rampjaar 1672: hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte (Amsterdam, 2010)
- Tex, J. den Onder vreemde heren: de Republiek der Nederlanden 1672-1674 (Zutphen, 1982)

Woerden en omgeving:
- Bemmel, J. van Geplunderd en beroofd: Harmelen in 1672 en 1673 (Woerden, 1986)
- Bemmel, J. van ‘Graaf Frederik van Nassau, heer van Zuijlestein’ in: Heemtijdinghen, jg. 24 (1988) nr 1
- Costerus, Bernardus Historisch Verhaal: ofte eene deductie van zaaken, rakende het formeren van de Republique van Holland ende West-Vriesland, de veranderinge in de regeringe, met den gevolge van dien, zedert den jaare 1572 (Utrecht, 1737)
- Hoorn, Jan Claesz ten Dagh-register van hetgeen dat te Woerden, sedert de koomst der Franschen in deze stadt, tot aen hun vertreck en noch daerna, voorgevallen is (s.l., 1674)
- Modderman, J.F.A. Bodegraven in 1672 (Bodegraven, 1972)
‘Weduwentranen, gestort in een bedroefden brief uyt Woerden’ in: Heemtijdinghen, jg. 9 (1973), nr 1

Links