Gemalen op stoom

25

De 19e eeuw was de eeuw van de industriële revolutie. De mens ontdekte, dat hij voedsel, kleding en andere goederen, die hij eeuwenlang met de hand, met behulp van dieren of met natuurlijke hulpmiddelen als wind en water had gemaakt, sneller, beter en goedkoper kon doen met behulp van machines. De textielnijverheid, de steenfabrieken..in allerlei bedrijfstakken namen machines menskracht over.

In Nederland begon de industriële revolutie rond 1850. Een belangrijke rol bij de veranderingen in de nijverheid, landbouw en handel speelde de stoommachine, aan het eind van de 18e eeuw “uitgevonden” door de Schot James Watt. Niet alleen voor ondernemers, maar ook voor de “gewone” Nederlanders had de komst van de stoommachine gevolgen. De stoomlocomotief zorgde ervoor, dat reizen makkelijker en sneller kon. In 1855 werd de Rijnspoorweg aangelegd tussen Rotterdam en Utrecht/Arnhem met stations in Woerden en Harmelen (Putkop).
Zeer belangrijk werd de stoommachine bij het droog maken en droog houden van polders en waterschappen. Tot in het derde kwart van de 19e eeuw gebeurde dit in de meeste polders in Woerden en wijde omgeving met behulp van windmolens. De afhankelijkheid van de wind maakte het moeilijk om de hoogte van het water in de poldersloten te beïnvloeden; als er weinig wind was kon een polder al snel blank komen te staan, omdat de molen het water niet naar een grotere sloot of rivier kon malen. Met een stoommachine kon de vijzel, het onderdeel van de molen waarmee het water opgepompt werd, ook als er geen wind was aan de gang worden gehouden.

Al aan het eind van de 18e eeuw werd er in de buurt van Rotterdam een proef genomen met bemaling door een stoommachine. Een groot succes werd het echter bij het droogmaken van de Zuidplaspolder rond 1840 en vooral de Haarlemmermeer rond 1850.
In het Groot-Waterschap van Woerden, waarin zo’n 35 kleinere polders en waterschappen lagen, werden in 1871 de eerste twee stoomgemalen gebouwd, de eerste in de polder Lange Weide onder Driebruggen en de tweede voor het waterschap Kamerik-Teylingens. Dat van Lange Weide is verdwenen, maar dat van Kamerik-Teylingens, aan de Mijzijde, staat er nog altijd.

Het gemaal Kamerik-Teylingens werd in 1871 gebouwd door de Woerdense timmerman-aannemer Nicolaas Adrianus Swanenburg naar een ontwerp van de Wilnisser bouwkundige Bote de Vries, die meer gemalen (Kamerik-Mijzijde, Zegveld) heeft ontworpen. De bouwkosten waren 11.774 gulden. Het gemaal, nu een Rijksmonument, zorgde voor het drooghouden van het gelijknamige waterschap ten oosten van de Kamerikse wetering; in 1907 kwam daar ook het naastgelegen waterschap Groot-Houtdijken bij.
Het gemaal werd in 1871 voorzien van een stoommachine, die in 1907 werd vervangen door een nieuwe, zgn. “tandem-compoundstoommachine”van de machinefabriek Hoogenlande v/h Pannevis en Zn te Utrecht. Deze stoommachine is tot 1953 in gebruik geweest en toen vervangen door een electromotor. De machine werd echter niet gesloopt, maar in stand gehouden om in noodgevallen nog te kunnen gebruiken; dat is echter nooit nodig geweest. De stoommachine van Kamerik-Teylingens is nu de enige van zijn soort in Nederland. Een groep vrijwilligers is er in 2011 in geslaagd om de stoommachine, die bijna zestig jaar buiten gebruik is geweest, weer aan de praat te krijgen.
Na Kamerik-Teylingens lieten al spoedig ook andere Woerdense waterschappen en polders stoomgemalen bouwen, zoals Bijleveld in 1873 (de Adriaan), Kamerik Mijzijde en ’s-Gravesloot in 1879, Barwoutswaarder en Snel in 1881 en Zegveld en Zegvelderbroek in 1883. Die van Barwoutswaarder en Zegveld en Zegvelderbroek bestaan ook nog altijd, maar zijn niet mer voorzien van hun oude stoommachines.

De vaak 17e-eeuwse windmolens, die door de bouw van de gemalen hun functie verloren, werden allemaal afgebroken. De meeste van de gemalen kregen in de jaren ’20 en ’30 een electromotor en een andere manier van bemaling. Tegenwoordig worden de polders drooggehouden door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden met technisch zeer geavanceerde en architectonisch minder fraaie gemalen voor veel grotere gebieden dan de vroegere, relatief kleine polders.

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Het logo van het Groot-Waterschap Woerden

Overzicht van het Groot Waterschap Woerden

Zicht op het gemaal Kamerik-Teylingens, 1981. Het Utrechts Archief.

Het stoomgemaal Kamerik-Teylingens op een ansichtkaart, jaren 90. Het Utrechts Archief

Meer weten

Meer lezen
Algemeen:
- Danner, Helga e.a. Polderlands: glossarium van waterstaatstermen (Hilversum, 2011)
- Groen, Koos, en Toon Schmeink Waterschappen in Nederland: werken met water, een onberekenbare vriend (Baarn, 1981)

Woerden en omgeving
- Es, Jan van Grenswater: geschiedenis van het Groot-Waterschap van Woerden 1226-1995 (Utrecht, 2009)
- Es, Jan van ‘De dagelijkse zorg om droge voeten’ in: Alkemade, Rob, en Jan van Es Bouwen op het verleden: 1000 jaar Zegveld, pp. 77-97
- Es, J.T. van ‘Waterstaatsgeschiedenis’ in: Alkemade, W.R.C. et al. Terugblik op Kamerik: leven tussen Kruipin en Oudendam 1857-1988 (Woerden, 1992), pp. 22-33
- Stoop, E. ‘Molens in het Stichts-Hollandse grensgebied’in Heemtijdinghen, jg. 27 (1991), nr 3

Links