Het gevecht met het water

7

De stad Woerden ligt in het centrum van een gebied van polders en waterschappen. Het ontstaan van die polders en waterschappen heeft te maken met de noodzaak tot beheersing van het water in het Groene Hart, met name om de Oude Rijn binnen de teugels te houden.
Rond 1160 was de monding van de Oude Rijn bij Katwijk verland, ten gevolge van de aanleg van een dam in de Rijn bij Wijk bij Duurstede. Het water in de Oude Rijn kon niet meer weg en door de grote toevoer ervan vanuit Utrecht kreeg Holland met grote wateroverlast te kampen. Zonder overleg liet de graaf van Holland op de grens van de twee gebieden een dam bouwen, de Suadenburgerdam (later Zwammerdam), waardoor het water Utrecht niet meer uitkon en daar veel overlast veroorzaakte. Keizer Frederik Barbarossa greep in en liet de dam weer afbreken.. Het probleem was echter nog niet opgelost, maar door het maken van afwateringssloten naar het noorden, in de richting van de Leidse meren, was al veel leed ondervangen; later werd bij Spaarndam een aantal sluizen aangelegd, die het water de Zuiderzee inloosden.
Toch was er in de 13e eeuw nog vaak sprake van overstroming van het pas ontgonnen land. Om dat water tegen te houden ging men dijken aanleggen. Aan het eind van de 13e eeuw was de Hoge Rijndijk, misschien wel aangelegd op de oude Limesweg, al aanwezig.

Voor het waterbeheer in het gebied van de Oude Rijn werden aparte besturen  ingesteld. Eén van die besturen was het Groot-Waterschap van Woerden, opgericht in  1322, dat toezicht hield op de waterhuishouding tussen de Meerndijk aan de oostkant en Zwammerdam in het westen, voor zover gelegen ten noorden van de Rijn. Onder dat Groot-Waterschap behoorden een veertigtal kleine polders met eigen besturen (heemraden en poldermeesters). Zij zorgden ervoor dat hun door kades en dijkjes afgesloten gebiedjes droog bleven en dat het overtollig water via vlieten (sloten) werd afgevoerd. De polders aan de noordzijde van de Oude Rijn, zoals Kamerik, ’s-Gravesloot, Rietveld, Zegveld en Gerverscop en Breudijk voerden hun overtollig water via de Rijn of de Grecht af naar Katwijk en naar de sluizen in Sparendam. De verhoging van de Rijndijk in 1330 maakte het voor de polders ten zuiden ervan moeilijker op de Rijn af te wateren en die kozen daarom voor afwatering via de Kromwijkerwetering, de Linschoten en de sluis in Oudewater op de Hollandse IJssel. Om te voorkomen, dat de polders buiten het Groot-Waterschap zouden profiteren van deze afwateringen, werd in 1367 de Rijn bij Bodegraven afgesloten met behulp van een sluis en in 1399 bij Harmelen door de Haanwijkerdam, later een sluis. Pas in het begin van de 16e eeuw gingen enkele polders aan de zuidzijde van de Rijn, zoals Barwoutswaarder en de Harmelense waterschappen weer op de Oude Rijn afwateren.

Vanaf de 15e eeuw was het land zo sterk ingeklonken, dat natuurlijke afwatering niet meer mogelijk was. Het land was lager dan de hoofdrivier, de ‘boezem’, komen te liggen. Als oplossing bedacht men het omhoogbrengen van het water uit de afwateringssloten via een scheprad, dat op zijn beurt weer werd aangedreven door windbemaling: de poldermolen deed zijn intrede. De eerste werd in 1408 gebouwd bij Zoeterwoude en vanaf de tweede helft van de 15e eeuw werden de eerste poldermolens in het Groene Hart gebouwd. De oudste poldermolen in Woerden was waarschijnlijk een rosmolen in Kamerik-Mijzijde (1399); in 1491 is er in elk geval sprake van een windmolen in Zegveld.

De windbemaling bleef tot in het derde kwart van de 19e eeuw in Woerden in stand; vanaf 1871 werden de eerste stoomgemalen gebouwd. Tegenwoordig worden de polders en waterschappen droog gehouden door grote gemalen. En niet alleen de gemalen werden groter, ook de polderbesturen: in 1975 werden de polders en waterschappen opgeheven en in het Groot-Waterschap van Woerden opgenomen. In 1995 volgde de opheffing van het Groot-Waterschap en ging het op in een nog groter waterschap: het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

wapen groot waterschap nr 55

N.B. De molen is in 1913 afgebroken. De gemeente Kamerik is per 1 januari 1989 bij de gemeente Woerden gevoegd.

Kaart van het waterschap Woerden uit een kaartboek van het kapittel van Sint Marie

Meer weten

Meer lezen
Algemeen:
- Beekman, A.A. Nederland als polderland (Zutphen, s.a.)
- Borger, Guus, Adriaan Haartsen en Paul Vesters Het Groene Hart: een Hollands cultuurlandschap (Utrecht, 1997)
- Groen, Koos, en Toon Schmeink Waterschappen in Nederland: werken met water, een onberekenbare vriend (Baarn, 1981)

Woerden en omgeving:
- Doorn, C.J. van Het Oude Miland en zijn waterstaatkundige ontwikkeling (Utrecht, 1940)
- Es, Jan van Grenswater: geschiedenis van het Groot-Waterschap van Woerden 1226-1995 (Utrecht, 2009)
- Es, Jan van ‘De dagelijkse zorg om droge voeten’ in: Alkemade, Rob, en Jan van Es Bouwen op het verleden: 1000 jaar Zegveld, pp. 77-97
- Es, J.T. van ‘Waterstaatsgeschiedenis’ in: Alkemade, W.R.C. et al. Terugblik op Kamerik: leven tussen Kruipin en Oudendam 1857-1988 (Woerden, 1992), pp. 22-33
- Fockema Andreae, S.J. De uitwatering van Woerden op Rijnland en de geschiedenis der daarop gemaakte bepalingen (Leiden, 1930)
- Haartsen, Adriaan Het Land van Woerden (Woerden, 2003)
- Rooijen, Frank van ‘De Gerverscopper molen’ in Heemtijdinghen, jg 24 (1988), nr 2
- Rooijen, J.F. van ‘De Haanwijkersluis te Harmelen’ in Heemtijdinghen, jg 34 (1998), nr 3
- Rooijen, J.F. van ‘Tot nutscap des gemeenlants van den Houdijk’: de bestuursinrichting en windbemaling van het waterschap Groot-Houtdijk’ in Heemtijdinghen, jg 29 (1993), nr 3
- Stoop, E. ‘Molens in het Stichts-Hollandse grensgebied’in Heemtijdinghen, jg. 27 (1991), nr 3
- Stoop, E. ‘De Rietveldse molen’ in Heemtijdinghen, jg 28 (1992), nr 4
- Storm van Leeuwen, J.A. ‘De afwatering van de Bijleveldse landen in de late middeleeuwen’in Heemtijdinghen, jg 31 (1995), nrs 2 en 3
 

Links