Multicultureel Woerden

42

De Nederlandse “multiculturele samenleving”, die sinds de tweede wereldoorlog vaak besproken en beschreven is, heeft een veel langere geschiedenis. Hoewel niet-westerse emigranten vooral na 1945 naar onze contreien zijn getrokken was Holland al in de 16e en 17e eeuw een land, dat door zijn tolerantie en gemakkelijk opnemingsvermogen een reputatie had hoog te houden.
De eerste “buitenlanders”, die na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog naar de Noordelijke Nederlanden gingen, waren Vlamingen en Walen, die meestal om geloofsredenen, maar ook om economische redenen hun geboorteplek verlieten. Vooral na 1585, toen de Spanjaarden de belangrijke zuidelijke handelsstad Antwerpen heroverden, werd de emigratie naar de Noordelijke Nederlanden massaal. Hoewel vooral de grotere steden als Amsterdam, Leiden en Haarlem een nieuwe woonplaats boden aan deze vluchtelingen kwamen er ook enkele naar een stadje als Woerden. Waarschijnlijk was Peter Gevaerts, die in 1587 als boekdrukker in Woerden werkte, zo’n Vlaamse vluchteling.
In de 17e en 18e eeuw waren er militairen uit Schotland, Zwitserland, Frankrijk en Duitsland, die in Woerden bleven hangen en er met een Woerdens meisje trouwden. Uit Duitsland kwamen daarnaast nog veel andere nieuwe Woerdenaars. Wellicht had dit te maken met het feit, dat hier een van de grootste Evangelisch-Lutherse gemeentes van Nederland bestond: de meeste protestante Duitsers behoorden tot die kerk. Uit Hannover, Saksen, Westfalen of Hessen: het aantal Duitse Woerdenaars was in de 17e en 18e eeuw relatief groot.

In de plattelandsplaatsen rondom de stad kwamen aan het eind van de 18e eeuw ook steeds meer buitenlandse werknemers. De economisch slechte situatie in de Duitse steden en op het platteland zorgden ervoor, dat veel Duitse jongemannen zich in Holland bij boeren verhuurden als knecht in het oogstseizoen. Dergelijke “hennekemaaiers” kwamen in Harmelen, Zegveld, Kamerik, Linschoten en Barwoutswaarder vaak weer meisjes tegen, met wie ze trouwden. Onder deze Duitse jongens waren opvallend veel klompenmakers uit de streek rond Osnabrück. Nog altijd herinneren nog steeds in onze streek voorkomende namen als Schlingmann, Kriege, Gründmann en Hilgeman aan die Duitse klompenmakers, die tussen 1770 en 1840 naar het westen kwamen.
Behalve “hennekenmaaiers” kwamen er in de 19e eeuw ook handelslieden en ambachtslui uit Duitsland naar het westen. Zo trokken er marskramers uit Duitsland (ook wel “poepen” genoemd), waarvan er zich een aantal in ons land vestigde. C(lemens) en A(ugust) Brenninckmeyer, Dreesmann, Voss, het waren deze, veelal rooms-katholieke, families, die aan de wieg stonden van de bekende gelijknamige warenhuizen en kledingmerken. Ook in Woerden stichtten katholieke Duitsers winkels: de gebroeders Kauling hadden in de 19e eeuw een grote winkel in aardewerk en snuisterijen, terwijl het kleermakersgeslacht Forsthövel tot ver in de 20e eeuw in Woerden een kledingwinkel bezat.

Hoewel ook hier verschillende culturen zich met de Nederlandse of Woerdense vermengden en er in feite al sprake was van een multiculturele samenleving, wordt er bij die term toch meestal gedacht aan de naoorlogse immigratie van niet-westerse buitenlanders naar Nederland. Dat begon al kort na de tweede wereldoorlog, toen een grote aantal Molukkers en Ambonezen vanuit het voormalig Nederlands-Indië naar Nederland kwamen. Ze werden tijdelijk gehuisvest in barakken en leegstaande gebouwen, zoals in Woerden in de wagenloodsen aan de Singel of in de kazerne. Ze kwamen hier niet vrijwillig, maar gedwongen door de politieke situatie in hun geboorteland.
Halverwege de jaren ’60 ontstond er ook in Woerden een groeiende behoefte aan arbeidskrachten en net als elders in Nederland werd hierin voorzien door het aantrekken van buitenlanders. Eind 1968 deed de gemeente een telling, waaruit bleek dat er ruim honderd buitenlandse werknemers in Woerden woonden, waarvan er zo’n 85 ook in de stad werkten. Ruim tachtig van deze buitenlanders waren afkomstig uit Marokko; de overige twintig kwamen uit Turkije, Italië, Griekenland en Spanje. Het merendeel van de in Woerden werkzame buitenlanders werkte bij de WODAST, de dakpannenfabriek, en de VERWO betonfabriek op Barwoutswaarder. De eerste “gastarbeiders” verbleven in pensions, keten of stacaravans onder niet bijzonder goede leefomstandigheden. Aanvankelijk waren dit alleenstaande mannen, maar in de loop der tijden kwamen er ook vrouwen en kinderen bij. Allengs groeide hierdoor het aantal Woerdense buitenlanders. Die groei bleef doorgaan tot het begin van deze eeuw. Werk vonden deze gastarbeiders, voor het merendeel nog altijd uit Marokko, behalve in de al genoemde bedrijven ook bij de carrosseriefabriek van Den Oudsten, Melkunie-Campina en kaasverwerkende bedrijven als ERU en Grozette.
De Marokkanen integreerden voor het merendeel vrij snel in de Woerdense samenleving, hoewel dit, net als elders in Nederland, niet altijd even makkelijk en vanzelfsprekend verliep. Een belangrijke rol speelde hierbij het sociaal-cultureel werk in de vorm van organisaties als de Stichting Sociaal Kultureel Werk en de Stichting Welzijnszorg Buitenlandse Werknemers. Bepaalde aspecten van hun eigen cultuur bleven gehandhaafd: zo bleven zij vaak hun mohammedaanse beginselen trouw. Dit resulteerde in 1994 in de bouw van de Al Fath Moskee aan de Iepenlaan.

Sinds het begin van deze eeuw kreeg de immigratie een nieuwe impuls, mede ten gevolge van het verdwijnen van de beperkingen van landsgrenzen voor het werken binnen de Europese Unie. Dit keer waren het Oost-Europeanen, vooral uit Polen, die met name in de tuinderij en de bouwsector in ons land werk zochten en vonden. De situatie, die deze nieuwste groep nieuwe Nederlanders aantroffen was over het algemeen beter dan hun Marokkaanse voorgangers uit de jaren ’60 van de vorige, mede omdat Nederlandse bemiddelaars en Europese wetgeving hierin een belangrijke rol speelden. In Woerden en omgeving werden de Polen niet alleen op campings en andere tijdelijke voorzieningen, maar ook in leegstaande huurwoningen ondergebracht. De integratie verliep anders, in die zin dat een aantal Nederlandse bedrijven, vooral supermarkten, inspeelden op de aanwezigheid van de Poolse gastarbeiders door producten uit dat land te verkopen. Een ander verschil met de Marokkaanse gastarbeiders was, dat de meeste Polen niet permanent in Woerden bleven, maar slechts in seizoenen, dat er werk voor hen was; daarbuiten keerden ze naar hun vaderland terug. Niet altijd leefden de Woerdenaars en hun Poolse gasten in pais en vree: in juni 2008 overleed de Pool Robert Mazur enkele dagen nadat hem tijdens een vechtpartij met Nederlanders in het Woerdense uitgaansleven messteken waren toegebracht. Deze moord maakte grote indruk op de stad en haar inwoners.

En sinds kort is een grote groep vluchtelingen, afkomstig uit Syrie, Afghanistan, Iran, Irak en Eritrea in Nederland aangekomen. Woerden heeft in oktober 2015 6 dagen crisisopvang geboden in de sporthal van Snellerpoort. Tijdens dit verblijf vond een geweldsincidentplaats door 20 Nederlanders uit omliggende plaatsen, dat landelijk de aandacht trok. De vluchtelingen hopen op een verblijfsvergunning, sommigen hebben die al. De aanslagen in 2015 in Beiroet, Bagdad en Parijs hebben ook geleid tot een tegenreactie in Woerden: een foto, waarvan de initiatiefnemer hoopt dat deze als een olievlek door andere Nederlandse plaatsen wordt overgenomen. "Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen".

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

vorig verhaal

Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen

Woerden heeft een nieuwe stadsdichter, Najiba Abdellaoui. Zij stuurde voor de wedstrijd van Kuvo en Woerdense Courant het gedicht Nog steeds in.(2010)

Het afschuwelijke verhaal van Ashraf El Hagoug ligt vanaf vandaag in alle winkels. De Palestijnse arts die jarenlang in Libië gevangen zat voor het opzettelijk infecteren van 426 baby's met HIV heeft zijn verhaal opgeschreven. Een vreselijk politiek spel

Meer weten

Meer lezen
Schlingmann, Freek “Linschotengänger (1767-1829)” in: Heemtijdinghen, jg 34 (1998), pp. 48-60.
Tanda Mata: verhalen van de eerste generatie Molukkers naar aanleiding van hun 60-jarig verblijf in Woerden (Woerden, 2011)
Valk, Ineke van der Harde werkers: migranten van het eerste uur langs Rijn & Lek 1945-1985 (Zutphen, 2009)

Links