Pan- en steenfabrieken

21

De belangrijkste vorm van industrie in Woerden was eeuwenlang de pan- en steenbakkerij. In de tijd, dat Willem van Naaldwijck Woerden ommuurde en omgrachtte werd er in het plaatsje al steen gebakken. Oude rekeningen tonen aan, dat zekere Jacob van Hessel in opdracht van de baljuw 150.000 stenen bakte, waarschijnlijk ter versterking van het oude kasteel of de toren. Hij was de eerste in een lange rij van steenbakkers. De eerst nog houten en brandgevaarlijke gebouwen in de steden werden vanaf de 16e eeuw meer en meer vervangen door stenen exemplaren. Ook rieten daken moesten, waar mogelijk, vervangen worden door een bedekking met dakpannen. De vraag naar stenen groeide enorm en het Woerdense stadsbestuur legde zelfs boetes op in stenen. Zo kregen in 1602 twee baldadige Woerdenaars als straf voor het ingooien van een paar ramen een boete van respectievelijk 10.000 en 150.000 bakstenen…

De steen- en panbakkerij ontwikkelde zich direct aan de westkant van de stad. Daar, op de kleiruggen van de Rijn, was de basisgrondstof voor steen en pannen in grote hoeveelheden aanwezig. Aan de zuidkant van de Rijn groef men de klei af en ontstonden zgn. ‘steenkuilen’; de huidige Prinsenlaan en omgeving worden door oudere Woerdenaars nog altijd de Steenkuilen genoemd. De polders onder de poorterij, het rechtsgebied van de stad, zoals Bulwijk, Kromwijk, Honthorst, Oudeland en Tournoysveld, werden afgegraven en waren al in de 17e eeuw “leeg”. De ruim 25 pan- en steenbakkers, die rond 1650 in de ‘Pannenbakkerijen” op de noordoever van de Rijn werkten, moesten hun klei van elders halen. Met kleivletten of pramen werden eerst de polders aan de oostkant (Geestdorp, Breeveld, Snel) leeggekleid en daarna ging men weer verder naar het westen, richting Bodegraven. Pas in de 18e eeuw ging men klei halen in Kamerik, Linschoten en Harmelen, omdat die klei uit een ander land (namelijk Utrecht) kwam en er belasting moest worden betaald voor het ‘invoeren’ ervan. De pan- en steenbakkerij was ‘booming business”. De pan- en steenbakkersbazen, die tot in de 19e eeuw vaak zelf nog meewerken in hun bedrijf, verenigden zich, zoals ook andere ambachten, in een eigen ‘bedrijfsvereniging”, het pan- en steenbakkersgilde. Ook de schippers, die met hun pramen de klei naar Woerden vervoerden, hadden een eigen schippersgilde. Het gilde regelde de onderlinge prijzen en arbeidsvoorwaarden en bewaakte het de kwaliteit van de pannen en stenen. Ook zorgde het voor de opleiding tot pan- en steenbakker en hielp men weduwen en wezen van overleden gildebroeders. Ondanks de stijging van de pan- en steenbakkers op de sociale ladder bleven ze tot in de 20e eeuw bij hun bedrijven wonen, tussen hun arbeiders, aan de Pannenbakkerijen.

De arbeiders op de steenplaatsen waren in de 18e en 19e eeuw sterk afhankelijk van de fabrikanten. Ze werden op jaarbasis ingehuurd en werden ondergebracht in huisjes van de fabriek. Ook hun vrouw en kinderen moesten meewerken. Onder de arbeiders waren er weer verschillende ‘specialisten’: er waren aardwerkers, steenvormers, kleivletters, stokers, kruiers, allemaal onder leiding van een ‘meesterknecht’. Het was ruw volk, dat, aldus de Woerdense stadsbeschrijver Olivier Groeneijk in 1829, met een eigen dialect sprak, afwijkend van dat van de mensen in het centrum, en dat in juli een eigen ‘pannenbakkerskermis’ hield. De pan- en steenarbeiders dronken, vochten en deden alles wat God verbood in herbergen als De Roos en Het Dorstig Hert, maar waren toch elke dag gereed en in staat om hun 12- tot 14-urige werkdag vol te maken.

Zoals bij veel andere bedrijvigheid lukte het Napoleon bijna ook om de pan- en steenbakkerijen in Woerden de nek om te draaien. Gelukkig herstelde de industrie zich vanaf 1830 weer. Rond 1850 waren er zo’n 15 grote pan- en steenfabrieken met mooie namen als ‘Het Misverstand’, ‘De Driemanshoop”, ‘Het Blauwe Hek”, “Bulwijk”, “Damlust” en ‘Deklust”. De laatste fabriek specialiseerde zich in het maken van rietvorsten ofwel nokpannen.

In 1876 richtten de Woerdense pan- en steenfabrikanten een eigen vereniging op. Ze werden daardoor nog machtiger dan ze al waren. Gedurende de 19e eeuw zaten veel pan- en steenbakkers al in het stadsbestuur. Zowel in Woerden als in de naburige plattelandsgemeentes Barwoutswaarder en Rietveld waren er altijd wel leden van de families De Koning, Knijff en Brunt wethouder of burgemeester.

De pan- en steenindustrie werd een echte industrie toen de stoommachine en elektromotor opkwamen aan het eind van de 19e eeuw. Slimme fabrikanten grepen de mogelijkheden van die uitvindingen aan. Zij waren het ook die de concurrentie met de andere steensoorten konden doorstaan, zoals de Waalsteen uit Nijmegen en omgeving en de IJsselsteen, gemaakt langs de Hollandse IJssel (Nieuwerkerk a/d IJssel, Moordrecht, Gouderak, Willeskop bij Montfoort en IJsselstein) Rijnsteentjes, zoals die in Woerden gemaakt werden, werden later vooral toegepast voor bestrating. Deze fabrikanten waren, misschien niet toevallig, ook de meest sociaal op het gebied van de verbetering van arbeidsomstandigheden en lonen voor hun personeel.

De fabrikanten, die niet met hun tijd meegingen, redden het niet; zo’n tien fabrieken sloten in Woerden tussen 1890 en 1930 hun poorten. Na de Tweede Wereldoorlog waren er in Woerden nog drie fabrieken: ‘Bulwijk”aan de Hoge Rijndijk, en “Driemanshoop” en de Woerdensche Dakpan- en Steenindustrie (Wodast) aan de Pannenbakkerijen. Alleen deze laatste, een fusiebedrijf van een aantal afzonderlijke fabrieken, wist te overleven en alleen daar worden in Woerden, in het bedrijfscomplex aan de Pannenbakkerijen, nog altijd dakpannen gemaakt.

1 reactie

Ik ben geboren op maandag 9 februari 1931 om 11.00 uur op de steenoven van Splinter te Willeskop. Mijn vader, Johannes Ram, was kleivletter en mijn moeder mocht, voor een rijksdaalder in de week stenen 'optassen'. Die bewuste maandag was mijn moeder al vroeg begonnen met stenen optassen, ondanks dat zij op het punt stond te bevallen! Ergens rond 10 uur moet de bevalling begonnen zijn, doch er was geen tijd meer om haar naar het eigen huis te brengen. Uit pure nood is zij daar een ander huis binnen gedragen, alwaar ik dus rond 11 uur het levenslicht zag. Eigenlijk dus een aanklacht tegen het systeem dat zelfs hoogzwangere vrouwen voor een rijksdaalder in de week, stenen liet opstapelen. GERARD RAM.

Geplaatst door T.G.Ram (Gerard) op zondag 2 augustus 2015 09:33 uur.

Ongepast? Mail de redactie
Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Fabrieksschoorsteen van Wodast Dakpannen en Steenfabrieken

Luchtfoto van de Wodast aan de Leidsestraatweg/Pannenbakkerijen

Steenoven aan de Leidsestraatweg

Luchtfoto van de Woerdense Dakpan- en Steenfabriek (Wodast)

Personeelsleden van de Woerdense Dakpan en Steenfabriek (Wodast)

Medewerkers van de pannenfabriek "De Dam" van Hendrik Brunt en Zn. (later Wodast)

Woerdense Dakpan- en Steenfabriek (Wodast) na de brand van 1953

Pannenbakkers, gefotografeerd op het terrein van de pannenbakkerij

Jongen vormt met de hand een steen (steenvormer)

Panoramafoto van de Woerdense Dakpan- en Steenfabriek (Wodast)

Meer weten

Algemeen
- Hendricks, C.J. Oud-Hollandsche Bouwgilden (s.l, 1950)
- Hollestelle, J. De steenbakkerij in de Nederlanden tot omstreeks 1560 (Arnhem, 1976)
- Janssen, G.B. Baksteenfabricage in Nederland, 1850-1920 (Zutphen, 1987)

Woerden en omgeving
- Beekink, E., en R. Wall ‘De levensloop van Adriana Meershoek: een korte studie op basis van het bevolkingsregister van Woerden, Barwoutswaarder en Rietveld’ in: Heemtijdinghen, jg. 29 (1993), nr. 4
- Doorn, Z. van Kleiland, kleivletten en baksteenindustrie, voornamelijk in de Oude Rijnstreek (s.l., 1961)
- Doorn, Z. van Over de baksteenindustrie en het kleivletten in de Rijnstreek en de invloed daarvan op het landbouwkundig grondgebruik (s.l., 1960)
‘Enige aantekeningen bij de gildebrief van de pan-, tichel- en steenbakkers’ in: Heemtijdinghen, jg 8 (1972), nr. 3
- Es, Jan van Woerden in bedrijf (Alphen a/d Rijn, 1990), pp.37-47
- Hendricks, C.J. Verzamelde artikelen [o.a. kroniek van de steenfabriek Bulwijk], (s.l., s.a.)
- Vlist, W.C. van der Dakpannen- en steenfabrieken in de Rijnstreek (Woerden, 1983)

Links