Ruilen maar dat land!

35

De landbouw en veeteelt in Nederland kregen aan het eind van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw te maken met grote veranderingen. Veel boeren konden hun bedrijf niet meer uitoefenen omdat de bodem veranderde, onder andere door nieuwe manieren van bemaling en omdat de bereikbaarheid van boerderijen voor transport van hun producten en vee niet meer voldeed.
Een aantal boeren op Ameland vond in 1913 een creatieve oplossing voor het probleem: op vrijwillige basis herverdeelden ze hun landerijen door ruiling, waardoor ze beter bereikbaar en beter te bebouwen werden. Dit initiatief vond navolging en leidde in 1924 tot de eerste Ruilverkavelingswet in Nederland. De grote ruilverkavelingsprojecten in Nederland kwamen vooral totstand in de periode 1955-1975, nadat er in 1954 een nieuwe Ruilverkavelingswet was gekomen.
Ook in de omgeving van Woerden waren gebieden, waar boeren en pachters er wel brood in zagen hun bedrijven te herinrichten om er allemaal beter van te worden. Al voor de tweede wereldoorlog hadden de boeren in Zegveld te maken met verschillen in het waterpeil: in Zegveld lag het land hoger, terwijl het in Zegvelderbroek en Achttienhoven veel lager lag. Omdat het water in die polders overal even hoog was, was niet een van de boeren helemaal tevreden: voor de een was het land te nat en voor de ander te droog. Ook waren de kades en dijkjes in de waterschappen smal en slecht begaanbaar. In 1937 nam voorzitter J. Bol van het waterschap contact op met de landelijke Centrale Cultuurtechnische Commissie, die op grond van de wet de leiding had bij ruilverkavelingen.

Door de oorlogsomstandigheden en de hoge kosten duurde het tot 1957 voordat de ruilverkaveling voor Zegveld kon beginnen. Er werd een Plaatselijke Commissie voor de Ruilverkaveling opgericht. Voorzitter werd J. Bol, terwijl de gemeentesecretaris van Zegveld, Van Mazijk, secretaris werd; in de commissie zaten verder enkele eigenaars en een paar deskundigen van het ministerie van Landbouw en de provincie Utrecht.
De ruilverkaveling Zegveld nam ruim tien jaar in beslag. Het was voor Zegveld (en een stuk van de gemeente Nieuwkoop) een enorme vooruitgang: er werden nieuwe wegen en bruggen aangelegd, het waterbeheer werd verbeterd, boerderijen werden verplaatst, land werd opnieuw verdeeld, er kwam drinkwater en stroom in het buitengebied en te kleine bedrijfjes werden uitgekocht. Niet altijd ging dat van een leien dakje: het was een kwestie van geven en nemen voor alle betrokkenen. Het eindresultaat bekroonde echter het werk. Zegveld werd beter bereikbaar en was niet meer afgesloten van de rest van de wereld. Nog altijd zijn de resultaten van deze “herontginning” in het landschap zichtbaar: strakke, waar mogelijk rechte wegen in grote vlakken polderland. De eeuwenoude cope-ontginningen zijn in een deel van Zegveld en Zegvelderbroek niet meer terug te vinden.
Op 6 januari 1969 was de Ruilverkaveling Zegveld voltooid en werd met een diner in Haarzuilens het werk van de Plaatselijke Commissie beëindigd.

In 1959, iets later dan in Zegveld, was ook in Harmelen en Kockengen een verzoek ingediend om een ruilverkaveling te laten uitvoeren. Het ging om het gebied ten noorden van de Oude Rijn tussen de Ir. Enschedeweg en de Heijcop, waarin de Harmelense waterschappen Oudeland-en-Indijk, Gerverscop en Breudijk en de Kockengense waterschappen Kockengen en Spengen lagen. Ook hier werd een Plaatselijke Commissie ingesteld onder voorzitterschap van de Gerverskopse veehouder J.C. Vendrig met B. Barelds, ambtenaar op het gemeentehuis in Kamerik, als secretaris. In deze ruilverkaveling lag de nadruk op het verbeteren van het waterbeheer en het wegennet. Deze ruilverkaveling duurde ook tien jaar en werd in februari 1970 afgesloten met een diner in Haarzuilens.
Een derde ruilverkaveling binnen de huidige gemeente Woerden nam wat minder tijd in beslag. Het was die van Vleuten, waarbij ook een stuk van Harmelen, nl. de Harmelerwaard, betrokken was. Deze operatie duurde van 1964 tot 1969.

In 1985 werd de Ruilverkavelingswet vervangen door de Landinrichtingswet. In de omgeving van Woerden werden in de jaren ’70, ’80 en ’90 verschillende nieuwe projecten uitgevoerd, onder meer in Driebruggen, Bodegraven en de Lopikerwaard. Door ruilverkaveling en landinrichting werd de hoop en verwachting, dat landbouw en veehouderij in het Groene Hart in de toekomst met nieuwe kracht tegemoet kon treden in elk geval voor enkele decennia vervuld.
 

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Luchtfoto van een boerderij aan de Dwarsweg en een gedeelte van de Polder Zegvelderbroek te Zegveld uit het noordwesten; met rechts de Hazekade.

Meer weten

Meer lezen
- Es, Jan van “De Ruilverkaveling, 1939-1968” in Bouwen op het verleden: 1000 jaar Zegveld (Zegveld, 1995), pp. 154-167
- Es, J.T. van “Ruilverkaveling: het einde van Zegvelds isolement”in: Heemtijdinghen, jg. 30 (1994), nr. 4, pp. 93-110.
- Tromp, Jetske De Ruilverkaveling van de Lopikerwaard (Utrecht, 2000)
 

Links

Canons
Landelijk:
Canon van de Ruimtelijke Ordening

Regionaal:
Ruilverkaveling Gelderland
Ruilverkaveling Zuid-Oost Utrecht

Archieven en foto’s
RHC Rijnstreek en Lopikerwaard
-Archief van de Plaatselijke Commissie voor de Ruilverkaveling Zegveld (archiefnr W191)
-Archieven van diverse gemeentes en waterschappen