Vredesbesprekingen in het stadhuis

14

Van 16 tot 19 maart 1610 was het oude Stadhuis aan het Kerkplein in Woerden de plaats van een belangrijke internationale topconferentie van groot belang. Internationaal, want niet alleen enkele landen binnen de federatieve Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar ook echte “buitenlanders” waren erbij aanwezig. Een topconferentie omdat bijna de hele Staten-Generaal, de Raad van State, vertegenwoordigers van stadhouder Prins Maurits en twee ambassadeurs, namelijk die van Engeland en Frankrijk, de bijeenkomst met hun aanwezigheid opluisterden. En het grote belang van de top was de eenheid binnen de Republiek: in Utrecht was het bestuur van de stad Utrecht op voet van oorlog komen te staan met de Staten van Utrecht, het bestuur van het gewest.

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was in 1588 ontstaan, nadat de zeven gewesten, die sinds 1568 in opstand waren gekomen tegen hun landsheer Filips II, zich verenigd hadden in het besluit om nooit meer een vorst aan hun hoofd te stellen. De leiding van het land berustte sindsdien bij de Staten-Generaal, vertegenwoordigers van de zeven gewesten, waaronder Holland en Utrecht. Het was dus een federatieve republiek, zoals nu de Verenigde Staten: zeven aparte staatjes met een eigen bestuur, belastingen, rechtspraak en tijdrekeningen die op bepaalde terreinen (oorlog, buitenlandse zaken) gezamenlijk optraden. Deze Republiek werd in de 17e en 18e eeuw één van de belangrijkste en machtigste staten in Europa.

In 1610 was de Republiek nog jong en was de eenheid in sommige delen ervan nog niet zo hecht als wenselijk. In de stad Utrecht, hoofdstad van het gelijknamige gewest, was aan het begin van dat jaar een nieuw stadsbestuur ontstaan, dat om allerlei redenen van mening verschilde met het bestuur van het gewest Utrecht. Dat nieuwe stadsbestuur bestond vooral uit leden van de lagere burgerij en ambachtslieden, groepen die voorheen niet aan de macht waren geweest. Toen de ruzie tussen stadsbestuur en het gewestelijk bestuur (de Staten van Utrecht) uit de hand dreigde de lopen greep de “centrale” regering in Den Haag in. Er zou geprobeerd worden de vrede tussen stad en gewest Utrecht te herstellen en de plaats van die besprekingen lag veilig buiten het gewest Utrecht, maar niet te ver van de centrale regering in Den Haag: Woerden, het Hollandse grensstadje.

Het Woerdense stadsbestuur kreeg op heel korte termijn te horen, wat de plannen waren. Het Kasteel, als zetel van de baljuw en vertegenwoordiger van het gewest Holland, was minder ‘neutraal’ dan het Woerdense stadhuis. Het voornemen om de besprekingen daar te houden moeten de burgemeesters van Woerden de nodige hoofdbrekens hebben bezorgd. Enkele weken ervoor was de nieuwe vroedschapszaal opgeleverd, die op de zolder van het uit 1501 daterende stadhuis was gerealiseerd. Woerden had namelijk in 1602 uitbreiding van zijn vroedschap, vergelijkbaar met de gemeenteraad, gekregen, waarvoor het bestaande stadhuis te klein was. De fraaie gevel, die het oude stadhuis nu heeft, was er in 1610 nog niet; die werd er pas in 1613-1614 “aangeplakt”. Ook van binnen waren de bouwwerkzaamheden nog niet klaar: de Woerdense schrijnwerker Jan Jansz Vermij was nog druk bezig met het maken van de fraaie houten betimmering in de vroedschapszaal. De houtsnippers en schaafresten werden in allerijl opgeveegd en er werd provisorisch een conferentieruimte in elkaar gezet.
En al die moeite bleek nog voor niets ook. Alle aanwezige politici en regenten wisten stad en gewest Utrecht niet met elkaar te verzoenen. Op 19 maart 1610 ging men onverrichterzake uiteen. Het probleem kon alleen nog op militaire wijze worden opgelost. Frederik Hendrik, een broer van prins Maurits, trok met veertig vendels soldaten in de richting van de stad Utrecht en hield halt te Jutphaas, vlakbij de stadsmuren. Dit optreden bracht het Utrechtse stadsbestuur wel tot andere gedachten: het opstandige stadsbestuur trad af en werd vervangen door nieuwe bestuurders, die wat meer in de pas liepen met de Staten van Utrecht en de Staten-Generaal.

In Woerden konden ondertussen de werkzaamheden rond de verbouwing van het stadhuis worden afgerond. En als dank voor de beschikbaarstelling van ruimte stelden de hoge gasten gezamenlijk 1000 gulden beschikbaar voor het plaatsen van gebrandschilderde ramen in de nieuwe vroedschapszaal. Die gebrandschilderde ramen werden in 1614 in de nieuwe voorgevel aangebracht. Ze gaven gebeurtenissen uit de nog korte geschiedenis  van de Republiek weer; ook waren ze voorzien van wapens van de deelnemers aan de onderhandelingen en een gedicht over de vergadering. Helaas gingen de ramen verloren aan het begin van de Franse tijd, in 1795. De Fransen waren, behalve aanhangers van vrijheid en broederschap, ook voorstanders van gelijkheid. Hoewel ze vooral een hekel hadden aan familiewapens als teken van onderscheid waren ze evenmin geporteerd van andere wapens en toen ze de ramen van het stadhuis toch al aan het vernielen waren gingen ook de andere verloren. In 1903, toen het stadhuis al vijftien jaar kantongerecht was, werden de huidige ramen aangebracht, waarop de oude wapens, maar ook wapens die er oorspronkelijk niet bij waren, zoals die van het Koninkrijk der Nederlanden en van Erik van Brunswijk. Ook het gedicht werd niet foutloos overgenomen: in plaats van 1610 kwam er 1601 te staan!

De ramen zijn tot op de dag van vandaag te bewonderen in het Stadsmuseum, dat in het oude stadhuis is gevestigd.

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Later dat jaar, in maart 1610, was het stadhuis van Woerden het toneel van een belangrijke politieke bijeenkomst. Ambassadeurs van Frankrijk en Engeland kwamen hier bijeen om met vertegenwoordigers van Prins Maurits een conflict op te lossen tussen de Sta

In 1903 werd besloten tot eerherstel van de gebrandschilderde ramen. Die kwamen er, maar er staan verschillende wapens op die er eerst niet waren: Van het Koninkrijk der Nederlanden (dat bestond toen nog niet), van Erik van Brunswijk en Philips van Hohenl

Meer weten

Meer lezen
- Struick, J.E.A.L. Utrecht door de eeuwen heen (Utrecht, 1968)
- Peters, L.C.M., en W.R.C. Alkemade Van raadkamers tot nieuw stadhuis: geschiedenis van de gemeentehuizen in Woerden (Woerden, 1994)

Links

Kijken en beleven
Stadsmuseum Woerden