Tijd van jagers en boeren prehistorieTijd van jagers en boeren prehistorie
Tijd van Grieken en Romeinen oudheidTijd van Grieken en Romeinen oudheid
Share on print
Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter

01 Het allereerste begin

Bij het uitgraven van de Cattenbroekerplas, aan het einde van de vorige eeuw, worden vondsten gedaan van thans uitgestorven diersoorten. Enkele daarvan kunnen alleen leven in een warmer klimaat, anderen juist in een kouder klimaat. Er komen ook artefacten van voorlopers van de moderne mens aan het licht. Wellicht gaat hun aanwezigheid in het gebied waar nu Woerden ligt, meer dan 100.000 jaar terug. Fascinerend en tegelijkertijd raadselachtig. Is er een verklaring voor de wisselingen in klimaat en landschap?
Schedel van de Homo heidelbergensis, gevonden in Noord-Spanje. Mogelijk was deze voorloper van de moderne mens, honderdduizenden jaren geleden, ooit de eerste Woerdenaar (Bron: Wikipedia).

Klimaatschommelingen

Vandaag de dag heeft ons land te maken met een zogeheten zeeklimaat. De zomers zijn, normaal gesproken, nooit extreem warm. Evenmin zijn de winters extreem koud. Ga je meer landinwaarts, het continent in, dan is er sprake van een landklimaat. Daar zijn de winters vaak koud en de zomers heet. Rond de evenaar heerst meestal een tropisch klimaat (altijd warm tot heet) en in de poolgebieden een poolklimaat (altijd fris tot koud). Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat op een tijdschaal van duizenden tot miljoenen jaren de verdeling van die klimaatgebieden flinke wijzigingen heeft ondergaan. Soms heeft de kou een groot deel van de aarde in haar greep: een ijstijd. Tussen de ijstijden in is het gemiddeld een stuk warmer op aarde. In zo’n warmere periode leven we nu. De warme en koude perioden zijn grotendeels het gevolg van subtiele schommelingen in de baan van de aarde om de zon, en van de stand van de aardas.

Effecten in onze streken

Tijdens een ijstijd breiden, op het noordelijk halfrond, de gletsjers en het landijs zich in zuidelijke richting uit. Van oude ijstijden zijn nagenoeg geen sporen in de Nederlandse bodem terug te vinden. Dat verandert bij de voorlaatste ijstijd. Zo’n 150.000 jaar geleden reiken de ijsvelden uit Scandinavië tot in Nederland. Het ijs duwt de bevroren ondergrond op tot ‘ribbels’, zoals de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Aan het eind van de ijstongen worden zwerfkeien achtergelaten die nog steeds in de noordelijke helft van ons land te vinden zijn. De uiterste grens van het ijs loopt ongeveer over de lijn Haarlem – Utrecht en schampt het gebied rond Woerden.

Tijdens de laatste ijstijd, die zo’n 12.000 jaar geleden eindigt, blijft het ijs ten noorden van ons land. Dan heerst hier een toendraklimaat. Er groeit niets en de wind heeft vrij spel. Die voert grote hoeveelheden zand aan. Dit pakket ‘dekzand’ vinden we nog steeds in de bodem. Het dekzand is oorspronkelijk afkomstig van de stuwwallen die de voorlaatste ijstijd heeft achtergelaten. En verder van de grote rivieren, zoals de Rijn en de Maas. De rivieren lopen ver door naar het westen; de huidige Noordzee ligt dan droog omdat de zeespiegel, vanwege alle ijsvorming, een stuk lager staat dan nu.

Holoceen

Na de laatste ijstijd breekt het Holoceen aan. Dan pas wordt het grootste deel van het landschap gevormd zoals we dat nu kennen. Het klimaat is gematigd en er is, via de rivieren en regen, water in overvloed. Er ontstaat een weelderige begroeiing. Met het stijgen van de temperatuur stijgt ook de zeespiegel en loopt de Noordzee vol. Langs de oevers van de zee ontstaan duinen omdat planten het stuifzand vasthouden. Achter de duinen ontwikkelt zich een drassig landschap met dichte begroeiing. Het gevolg: de vorming van uitgebreide en onbegaanbare moerassen. De planten en bomen sterven af maar verteren niet helemaal. Die halfverteerde plantenresten hopen zich op tot vele meters dikke lagen: het veen. Buiten de oeverwallen langs de rivieren verandert het landschap geleidelijk in een vochtig veenmoeras met plantengroei  als riet en zegge. Alleen de oeverwallen van zand zijn geschikt voor mensen om er te wonen. Ook Woerden ligt op zo’n oeverwal.

Vroeger leven

Bij de zandwinning in de Cattenbroekerplas zijn op 36 meter diepte plantenzaden, muizenkiezen en botten van grotere zoogdieren gevonden die passen bij het Cromerien, de naam voor een tijdvak van 850.000 jaar tot 465.000 jaar geleden. Pieter Stoel, amateurarcheoloog, vindt tijdens de zandwinning zelfs de onderkaak van een bos-olifant! Daarnaast duiken er resten op van bijvoorbeeld de steppenmammoet en de wolharige mammoet. Bijzonder is de vondst van vuurstenen artefacten zoals schrabbers en schaven. Volgens sommige onderzoekers zijn ze misschien wel 375.000 tot 600.000 jaar oud. Als dat zo is, vormen deze artefacten een aanwijzing dat Homo heidelbergensis, een voorouder van ons, hier ooit  heeft rondgelopen. Homo heidelbergensis is de voorouder van Homo neanderthalensis, de Neanderthaler, en van Homo sapiens, de moderne mens.

Andere vondsten

Bij de zandwinning in de Cattenbroekerplas zijn op ongeveer 20 meter diepte ook weer artefacten aangetroffen met een vermoedelijke ouderdom tussen de 30.000 en 63.000 jaar. Die zouden dan gemaakt kunnen zijn door de Homo neanderthalensis. De laatste ijstijd eindigt 12.000 jaar geleden. Dan begint het Holoceen. Alle archeologische vondsten die uit de holocene laag komen, zijn gemaakt door de Homo sapiens. Uit deze laag stammen onder andere de oudste potscherven die tot nu toe in Woerden zijn gevonden. Verder zijn er geweibijlen gevonden en komt een deel van een kinderschedel aan het licht. De geweibijlen zijn op 6650 jaar oud gedateerd.

“Kijkgat”

Dankzij het bestuderen van materiaal dat vrijkomt bij het uitgraven van de Cattenbroekerplas is opmerkelijke kennis opgedaan. Juist door de grote diepte, tot bijna 40 meter, geeft deze zandput een mooie kans om te ‘kijken’ in het verre verleden van Woerden. De gevonden botresten van dieren illustreren de ooit totaal andere fauna dan nu. Er worden ook vuursteenfragmenten gevonden die kunnen duiden op een verblijf rond Woerden van verre voorouders van de moderne mens. In ‘jongere’ lagen vinden archeologen aanwijzingen dat ook de Neandertaler hier verblijft. Dat betekent dat Woerden en omgeving op zijn minst verschillende perioden van ‘bewoning’ kan hebben gehad gedurende de laatste paar honderdduizend jaar. Een fascinerend idee misschien, dat de eerste Woerdenaren eigenlijk Neanderthalers waren. Of zelfs hun voorlopers!

Hoofdauteur: Niek de Kort (met dank aan Pieter Stoel en Lex Albers)
04 De eerste Woerdenaren

Kort na het jaar 400 is het definitief gedaan met de Romeinse invloed in het gebied rond Woerden. Eigenlijk verlaten ...

lees verder >
06 Van veengebied naar polder

Het Groene Hart, waarvan Woerden het centrum is, staat bekend om zijn karakteristieke weidelandschap: lange stroken grond begrensd door kaarsrechte ...

lees verder >