Gemeentelijke herindelingen

41

In 1850 bestond het gebied, dat tegenwoordig de gemeente Woerden vormt, uit tien kleinere gemeentes. Elk van die kleine gemeentes had zijn eigen gemeentebestuur en gemeentehuis, gemeenteraad en wethouders. Een burgemeester en een gemeentesecretarie deelden ze weliswaar soms met elkaar, maar toch was het bestuurlijk erg druk in de streek, waar het Groene Hart klopt. In totaal woonden er in 1850 ruim 7700 mensen, waarvan het merendeel in Woerden (3388) en Harmelen (1205). De kleinste gemeenten waren ’s-Gravesloot met 111 en Teckop met 147 inwoners.

Het aantal lapjes in die lappendeken werd in 1857 al sterk ingekrompen toen de gemeentes Kamerik-Mijzijde, Kamerik-en-de-Houtdijken, ’s-Gravesloot en Teckop samengebracht werden in een nieuwe gemeente Kamerik en Gerverscop bij het naburige Harmelen werd gevoegd. Toch waren er nog altijd zes gemeentes over, namelijk Woerden, Harmelen, Kamerik, Zegveld, Barwoutswaarder en Rietveld, en het zou nog bijna 110 jaar duren voordat daarin verandering kwam.

De tien gemeentes uit 1850 waren op hun beurt weer ontsproten uit de vroegere gerechten en schoutambachten, de voorlopers van de gemeente. De invoering van de Gemeentewet in 1851, die weer een gevolg was van de herziening van de Grondwet in 1848, zorgde ervoor, dat elke gemeente wettelijk dezelfde organisatie, taken, rechten en plichten kreeg. Maar de mensen, die daarvoor verantwoordelijk waren, de burgemeester, gemeenteraad en wethouders, konden dat alleen maar als ze voldoende geld en aanzien hadden om gekozen of benoemd te worden. In een gemeente als Barwoutswaarder of Gerverscop was het  lastig om een gemeenteraad van zeven personen, waaronder twee wethouders, bij elkaar te vinden. Raadsleden en wethouders bleven dan ook tot op hoge leeftijd in functie en werden, als ze stopten of overleden, meestal opgevolgd door een zoon of schoonzoon. De raadsleden zaten vaak ook in het bestuur van de polders, die tot de gemeente behoorden, in de kerkbesturen en in de besturen van de armenfondsen en diaconieën. Pas door wijzigingen in de kieswetten in 1887, maar vooral in 1917 en 1919 werd het voor veel meer mensen mogelijk te kiezen of gekozen te worden.

Vanaf 1900 kreeg de gemeente veel meer taken op haar bordje dan ze voorheen had. Voor die tijd moest de gemeente vooral zorgen voor openbare orde en veiligheid, openbaar onderwijs, volksgezondheid en het bijhouden van de bevolkingsregisters. Vanaf 1900 kwamen daar taken bij op het gebied van de volkshuisvesting, wegen, economische zaken, bijzonder onderwijs en welzijn. Hoewel het besturen van de gemeente daardoor ingewikkelder werd slaagden de zes gemeentes, die vanaf 1900 in de huidige gemeente Woerden lagen, er redelijk tot goed in om die taken uit te voeren. Dat kwam ook door het feit, dat de burgemeesters en ambtenaren door scholing en achtergrond steeds beter voor hun werk geschikt waren en raadsleden en wethouders niet alleen meer gekozen werden omdat hun vader of opa het ook waren geweest.
Wat is dan wel de reden geweest, dat de zes gemeentes uit 1900 nu allemaal onder één gemeentebestuur behoren? Voor Barwoutswaarder en Rietveld, die per 1 februari 1964 over de gemeentes Woerden en Bodegraven werden verdeeld, was de belangrijkste reden de behoefte aan bouwgrond voor woningen en bedrijven van Woerden; deze herindeling werd opgenomen in een grote herindelingsronde voor heel oostelijk Zuid-Holland, waar Woerden toen nog bij hoorde.

Per 1 januari 1989 kwam er een einde aan de zelfstandigheid van de gemeentes Kamerik en Zegveld, die zich, in tegenstelling tot Barwoutswaarder en Rietveld, niet zomaar neerlegden bij de van bovenaf opgelegde annexatie door Woerden. Samen met de eveneens met opheffing bedreigde gemeente Kockengen (die bij Breukelen zou worden gevoegd) probeerden de twee gemeentes te komen tot een grote plattelandsgemeente. Provincie en Rijk hadden echter berekend, dat de gemeentes dat financieel niet zouden kunnen bolwerken en dat ze ook als zelfstandige gemeenten in geldelijke problemen zouden komen. De samenvoeging met Woerden werd dus een feit, waarbij ook een wens van Woerden om van de provincie Zuid-Holland naar Utrecht over te gaan werd ingewilligd.

De laatste herindeling rond Woerden vond aan het eind van de vorige eeuw plaats. De uitbreiding van de nieuwe VINEX-wijk Leidse Rijn door en ten westen van de stad Utrecht leek te stagneren vanwege gebrek aan bouwgrond. Dit leidde ertoe, dat Utrecht het oog liet vallen op haar buurgemeente Vleuten-De Meern. Harmelen zou daardoor ingeklemd worden tussen de grote buren Woerden en Utrecht. De gemeente had daar zelf geen problemen mee: ze achtte zich volledig in staat aan de eisen van een moderne gemeente te voldoen, hoewel enkele bestuurlijke crises in de jaren ’80 en ’90 hadden aangetoond, dat daar op zijn minst vraagtekens bij te stellen waren. Ook voor Harmelen mocht het verzet niet baten: met ingang van de nieuwe eeuw, 1 januari 2001, werd de gemeente bij Woerden gevoegd, waardoor de stad waar het Groene Hart klopt zijn huidige omvang en inwonertal van ruim 50.000 inwoners bereikte.

Nieuwe herindelingen lijken vooralsnog uit te blijven; wel wordt er anno 2012 gesproken over intensieve ambtelijke samenwerking met buurgemeente Oudewater, hetgeen moet leiden tot samenvoeging van de twee ambtelijke organisaties; de bestuurlijke gemeentes Oudewater en Woerden blijven zelfstandig, zo werd met een wellicht onheilspellende hardnekkigheid door de colleges van Burgemeester en Wethouders van beide plaatsen verklaard.
 

Reageren

Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Uw reactie wordt gepubliceerd zodra deze door de redactie is goedgekeurd.

Het gemeentewapen van Zegveld. Na 1989 werd in de gemeentevlag van Woerden een waldhoorn opgenomen als verwijzing.

Het gemeentewapen van Kamerik, vermoedelijk is de geschiedenis van het wapen al zeer oud. Sinds 1858 officieel in gebruik als wapen.

Het wapen van Harmelen. De drie ruiten verwijzen naar het geslacht Van Woerden, waarmee de familie van Hermalen verwant was.

Het wapen van Woerden was al te zien op een noodmunt uit 1575. Na de herindelingen van 1989 en 2001 bleef het gemeentewapen gehandhaafd.

De gemeentevlag van Woerden. Het Andreaskruis verwijst naar Kamerik, de waldhoorn naar Zegveld en de ruiten naar het geslacht Van Woerden.

Woerden wil Kockengen inlijven: dat is de uitkomst van een raadsvergadering donderdagavond. Kockengen hoort nu nog bij Breukelen maar uit een eerder gehouden peiling blijkt dat de meeste inwoners bij Woerden willen horen. En die gemeente haalt de nieuwe b

Meer weten

Meer lezen
- Alkemade, W.R.C. “Plaatselijk bestuur” in Terugblik op Kamerik (Woerden, 1992), pp 51-70;
- Alkemade, Rob “Van gerecht tot gemeente: zeven eeuwen Zegvelds bestuurders en ambtenaren” in Bouwen op het verleden: 1000 jaar Zegveld (Zegveld, 1995), pp. 20-60;
- Perks, W.A.G. “Geschiedenis van de gemeentegrenzen in de provincie Utrecht van 1795 tot 1940” in Provinciale Almanak Utrecht, jg. 1962, pp. 1-81;
 

Links

Canon
De Grondwet

Archieven
Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard
-archieven van de verschillende opgeheven gemeentes