Tijd van regenten en vorsten gouden eeuwTijd van regenten en vorsten gouden eeuw
Share on print
Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter

Woerdens rampjaar 1672

Wie vanuit Woerden naar Kamerik gaat komt, even voorbij het Brediusbos, langs de Kruipin. Niets herinnert er nog aan, behalve dit verhaal, dat deze plek tijdens het Rampjaar van 1672 één van de grootste slagvelden van ons land wordt. Honderden soldaten sneuvelen in een verbeten strijd om Woerden. Het gevecht gaat tussen de Hollanders en de Franse bezetters. De Hollanders verliezen de strijd en dat is het begin van een bezetting die een jaar duurt. Talloze Woerdenaren komen om. Wie het overleeft wordt straatarm. Het schrikbewind beperkt zich niet tot Woerden, want de hele omgeving heeft ermee te maken. Hoe kan het in die tijd zover komen? Lees hoe het Rampjaar in Woerden een wel heel letterlijke werkelijkheid wordt. (Met een linkje naar een videolezing over Woerden en de VOC)
Afbeelding van de slag bij de Kruipin in 1672 uit: "Het Journael of dagelijksch verhael van de hand der Franschen in de steden van Utrecht en Woerden" (1674). Op de achtergrond de stad Woerden. (Collectie RHC Rijnstreek en Lopikerwaard)
Terugkijken van de lezing Woerdenaren naar de Oost. Historisch verband tussen Woerden en de VOC. Deze lezing vond plaats op 13 oktober 2020 in het Stadsmuseum Woerden en werd gegeven door Niek de Kort, voorzitter van de SHHV.

Jaloezie en hebzucht

Na afloop van de Tachtigjarige Oorlog, in 1648, wordt het allerminst rustig in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Engeland ziet met jaloezie hoe Nederlandse handelsschepen de wereldhandel naar zich toetrekken. Frankrijk heeft zijn zinnen gezet op grote delen van de Republiek omdat de Zonnekoning, Lodewijk XIV, er recht op meent te hebben via erfenissen en huwelijken. Beide landen sluiten in het geheim een aanvalsverdrag: het Traktaat van Dover. Ze krijgen het voor elkaar dat de bisdommen van Munster en Keulen meedoen en in ruil grote delen van het oosten van de Republiek krijgen. In het voorjaar van 1672 verklaren de vier landen stuk voor stuk de oorlog aan de Republiek: het Rampjaar was begonnen. Vanuit het zuiden en oosten rukken de legers van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV op en ze bereiken al snel de stad Utrecht. Om te voorkomen dat die troepen snel zouden doorstoten naar het hart van Holland, geven de Staten en stadhouder prins Willem III het signaal om de waterlinie in werking te stellen. Dat zou de opmars van de Fransen moeilijk moeten maken omdat ze dan wegzakken in de drassige bodem.

Woerden valt

Willem III ziet er geen heil in om Woerden te verdedigen, want de vestingwerken zijn er belabberd aan toe. De prinselijke legers slaan een tentenkamp op tussen Bodegraven en Nieuwerbrug, nabij de Enkele Wiericke. De Fransen rukken op naar Woerden en nemen de stad zonder slag of stoot in. Het is dan september 1672. In de nacht van 11 op 12 oktober doen de Hollandse troepen een poging om de Fransen toch weg te jagen. Ten noorden van Woerden, bij de huidige Kruipin, volgt een veldslag. Eerst zijn de Hollanders aan de winnende hand. Maar de Fransen slagen er in een bres te slaan in de Hollandse schansen. De ontzetting van Woerden mislukt. Vlak ten noorden van Woerden sneuvelen meer dan 2.600 soldaten, meer dan de helft van de totale legersterkte van de Fransen en de Hollanders. Het is een van de grootste slagvelden in ons land.

Uitbraak

Nog is de ellende niet voorbij, want eind december begint het stevig te vriezen. De Franse commandant, in de persoon van de Hertog van Luxemburg, ruikt zijn kans om door te stoten naar Den Haag en het Hollandse verzet definitief te breken. Hij verzamelt zijn troepen in Woerden en marcheert over het ijs via Zegveld en de Meije naar Zwammerdam. Het plan mislukt als Hollandse troepen hem bij Nieuwkoop en Gouwsluis tegen kunnen houden. De hertog besluit via de Hoge Rijndijk terug te keren naar Woerden. Niet alleen is het de kortste route, maar doordat het begonnen is met dooien kan hij niet meer over het ijs. Na terugkeer kan hij in Woerden en Utrecht verse manschappen halen. En dus begint hij met zijn leger de tocht van Zwammerdam naar Bodegraven. In beide plaatsen breekt de chaos uit. Overal wordt brand gesticht, geplunderd, gemoord en verkracht. De Fransen bereiken ongehinderd, op oudejaarsdag 1672, weer de stad Woerden.

Doffe ellende

Dat blijkt het begin van een waar schrikbewind over Woerden dat bijna een jaar duurt. De Woerdenaren leiden honger en moeten voor alles opdraaien, zoals de kosten voor inkwartiering, voeding en bewapening. Veel burgers gaan dood en wie blijft leven is straatarm. De stadstimmerman Hugo Kotestein wordt ervan beschuldigd voor de Hollanders te spionneren en de Fransen hangen hem bijna aan de galg. Vrienden met invloed en zowaar ook nog wat geld, kopen hem gelukkig vrij. De ellende beperkt zich niet alleen tot Woerden. De Fransen roven Zegveld en Kamerik leeg en steken in Harmelen het Huys Harmelen in de brand. Bernard Costerus, secretaris van de stad Woerden, houdt een ‘dagh-register’ bij en schrijft later zijn memoires. Dankzij hem weten we veel details over deze Franse bezettingsperiode.

Het kon nóg erger…

In november 1673 komt de bezetting ten einde. Er wordt een afkoopsom van 15.000 gulden bijeen gebracht en daarop is de Franse commandant bereid om zich terug te trekken naar Utrecht; in Woerden en omgeving was verder toch niets meer te halen. Als ‘afscheid’ hebben ze het plan om het Kasteel en de stadswallen op te blazen, maar dit plan lekt uit en wordt verijdeld. De Fransen verdwijnen definitief uit onze omgeving na het tekenen van de Vrede van Nijmegen in 1678.

Hoofdauteur: Niek de Kort
Woerdense Rijnstenen

In de taal van de stratenmaker: er zijn ‘waaltjes’, ‘ijsseltjes’ en ‘rijnsteentjes’. De namen van deze bakstenen geven de herkomst ...

lees verder >
Vestingstad Woerden

Woerden is een vestingstad. Dat zie je direct als je de stadsplattegrond bekijkt. Rondom het centrum tekent zich een vijfhoek ...

lees verder >