Tijd van burgers en stoommachines industrialisatieTijd van burgers en stoommachines industrialisatie
Tijd van de wereldoorlogen eerste helft 20e eeuwTijd van de wereldoorlogen eerste helft 20e eeuw
Share on print
Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter

Gemalen op stoom

Eeuwenlang houden watermolens op windkracht ons woongebied droog. De molens zijn natuurlijk van de wind afhankelijk. Als het niet waait kun je de waterstand niet regelen. En de steeds dieperliggende polders vragen uiteindelijk om grotere opvoerhoogten. Windmolens om de polders te bemalen zijn dus niet ideaal. Gelukkig wordt de stoommachine uitgevonden. De eeuw van de industriële revolutie breekt aan. Het stoomgemaal wordt voor het droogleggen en drooghouden van ons leefgebied heel belangrijk. Veel windmolens verdwijnen en het polderlandschap verandert langzaam. Het stoomgemaal wordt een halve eeuw later op zijn beurt vervangen door de huidige geëlektrificeerde gemalen. Zo verdwijnen ook de stoomgemalen uit beeld. Gelukkig blijft een enkele bewaard, als herinnering aan de overgang van een oude naar een nieuwe tijd.
Stoommachine gemaal Teylingens, Kamerik (foto Peter van der Horst)

Revolutie

Aan het einde van de achttiende eeuw vindt de Schot James Watt de stoommachine uit. In de eeuw daarna nemen machines in veel bedrijfstakken al snel de menskracht over. De negentiende eeuw kennen we daarom als de eeuw van de industriële revolutie. De productie van voedsel, kleding en andere goederen, die eeuwenlang met de hand, met behulp van dieren of met hulpmiddelen als wind en water waren gemaakt, gaat nu sneller, beter en goedkoper met behulp van machines.

In Nederland breekt de industriële revolutie vanaf 1850 door. Niet alleen voor ondernemers, ook voor de gewone Nederlanders betekent de komst van de stoommachine veel. Het leven verandert drastisch. De stoomlocomotief zorgt er bijvoorbeeld voor dat reizen gemakkelijker en sneller gaat. In 1855 wordt de Rijnspoorweg aangelegd tussen Rotterdam, Utrecht en Arnhem met onder meer stations in Woerden en Harmelen (Putkop).

Waterbeheer

Vanzelfsprekend vindt de stoommachine ook in het waterbeheer zijn toepassing. De Haarlemmermeer legt men rond 1850 met slechts drie stoomgemalen, waaronder de Cruquius, in drie jaar droog. Ter vergelijking; nog in 1825 malen dertig molens in vijftien jaar de Zuidplaspolder leeg. Wat een enorme vooruitgang! Eenmaal droog nemen kleine stoomgemalen de beheersing van het waterpeil in de polders over.

Ook in de omgeving van Woerden zien we al snel veranderingen. Tot in het derde kwart van denegentiende eeuw houdt men de meeste polders met behulp van windmolens droog. De afhankelijkheid van wind maakt het lastig om het waterpeil in de poldersloten op de goede hoogte te houden. Bij weinig wind staat een polder al snel blank, omdat de molen het water niet naar een grotere sloot of rivier kan malen. De stoommachine brengt uitkomst want de vijzel, het onderdeel van de molen waarmee het water wordt opgepompt, maalt ook als er geen wind is.

Gemaal

In het Groot-Waterschap Woerden, waarin zo’n 35 kleine polders en waterschappen liggen, bouwt men in 1871 de eerste twee stoomgemalen in de Meijepolder (Bodegraven) en Kamerik-Teylingens. Een jaar later volgt de polder Lange Weide onder Driebruggen. Het gemaal van Kamerik-Teylingens, aan de Mijzijde, staat er nog altijd.

De Woerdense timmerman en aannemer Swanenburg bouwt in 1871 het gemaal Kamerik-Teylingens naar een ontwerp van bouwkundige Bote de Vries uit Wilnis. De bouwkosten bedragen 11.774 gulden. Het gemaal, gebouwd voor het drooghouden van het gebied ten oosten van de Kamerikse wetering, is nu een Rijksmonument. De stoommachine in het gemaal wordt in 1907 vervangen door een nieuwe, zogeheten “tandem-compoundstoommachine” van de machinefabriek Hoogenlande v/h Pannevis en Zn te Utrecht. Deze stoommachine wordt in 1953 vervangen door een elektromotor. De machine sloopt men niet maar wordt bedrijfsklaar gehouden om in noodgevallen nog te kunnen gebruiken. Gelukkig is dat nooit nodig geweest. Het stoomgemaal van Kamerik-Teylingens is nu de enige in zijn soort in Nederland. Een groep vrijwilligers slaagt er in 2011 om de stoommachine, dan bijna zestig jaar buiten gebruik, weer aan de praat te krijgen.

Na Kamerik-Teylingens komen er ook in andere Woerdense waterschappen en polders stoomgemalen, zoals Bijleveld in 1873 (de Adriaan), Kamerik Mijzijde en ’s-Gravesloot in 1879, Barwoutswaarder (en Snel) in 1881 en Zegveld en Zegvelderbroek in 1883. De gemalen van Barwoutswaarder, Zegveld en Zegvelderbroek bestaan nog altijd, maar zijn niet meer voorzien van hun oude stoommachines.

Nieuwe techniek

Uiteindelijk verliezen windmolens en gemalen op stoom hun bestaansrecht. De windmolens, die voor een groot deel in de zeventiende eeuw werden gebouwd, worden allemaal afgebroken nadat ze door de nieuwe stoomgemalen zijn vervangen. De meeste van de stoomgemalen krijgen in de jaren twintig en dertig een elektromotor. Tegenwoordig worden de polders drooggehouden door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden met technisch zeer geavanceerde, maar architectonisch minder fraaie gemalen. Ze bedienen veel grotere gebieden dan de vroegere, relatief kleine polders. Ons landschap past zich voortdurend aan bij de nieuwe ontwikkelingen.

Hoofdauteur: Theo Aarsen
Het gevecht met het water

In een moeras kun je niet wonen. Veel te nat. Dat dachten de vroegere bewoners in het westen van ons ...

lees verder >
Van veengebied naar polder

Het Groene Hart, waarvan Woerden het centrum is, staat bekend om zijn karakteristieke weidelandschap: lange stroken grond begrensd door kaarsrechte ...

lees verder >
Ruilverkaveling rondom Woerden

In 1957 besluiten landeigenaren in Zegveld, Zegvelderbroek en Achttienhoven om een ruilverkavelingsproject op touw te zetten. Een van de doelen ...

lees verder >
De Rijn in de binnenstad

Op 31 mei 1961 opent de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland officieel de nieuwste straat in Woerden: de Rijnstraat. ...

lees verder >