Tijd van televisie en computer tweede helft 20e eeuwTijd van televisie en computer tweede helft 20e eeuw
Share on print
Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter

Treinen botsen bij Harmelen

In de ochtend van 8 januari 1962 is het mistig rond Harmelen. Om negentien minuten over negen wordt de stilte verstoord door een huiveringwekkende klap en een enorm gekraak. Precies op de plaats waar de spoorlijn naar Breukelen aftakt van de verbinding Woerden – Utrecht knallen twee treinen op elkaar. Het is de grootste treinramp uit de Nederlandse geschiedenis. Er vallen 91 doden en 54 vaak ernstig gewonden van wie er twee later overlijden. Hoe kan het in het moderne treinbedrijf zo verschrikkelijk mis gaan? Een technisch mankement, een menselijke fout of een ongelukkige samenloop van omstandigheden? Na de ramp wordt door de Nederlandse Spoorwegen (NS) een nieuw beveiligingssysteem versneld ingevoerd. Het is nog altijd in gebruik.
De locomotief van de sneltrein ligt omgekeerd in de ravage. (Bron: Nationaal Archief, fotograaf Joop van Bilsen.)

Vertrek

Op 8 januari 1962 om kwart over negen stappen op station Woerden de laatste passagiers in de stoptrein naar Amsterdam. Precies volgens de dienstregeling vertrekt de trein. Hij bestaat uit twee gekoppelde treinstellen. Het voorstel treinstel heeft vier wagons en het achterste twee. Er zitten zo’n 180 passagiers in de trein. Even daarvoor, met zes minuten vertraging, vertrekt de sneltrein uit Utrecht met als eindbestemming Rotterdam. Deze trein bestaat uit een moderne elektrische locomotief die een sleep van elf rijtuigen trekt. Ook deze trein is vol, met ongeveer 900 passagiers. De trein naar Amsterdam volgt bij het spoorknooppunt Harmelen de aftakking naar Breukelen en kruist daar het spoor dat van Utrecht richting Woerden loopt. Moderne lichtseinen geven de machinisten het teken dat ze kunnen doorrijden, moeten afremmen of moeten stoppen. De seinen en wissels worden vanuit een centraal seinhuis te Woerden bediend met het moderne NX-systeem. Materieel en beveiliging gelden in het buitenland als een voorbeeld voor moderne en veilige bedrijfsvoering.

Het gaat verschrikkelijk mis

Normaal gesproken wacht de stoptrein naar Amsterdam tot de tegenligger voorbij is. Een geel tonend sein zegt de machinist dat hij vaart mindert, en bij het volgende, rood tonende sein, moet de trein stilstaan. Deze keer staan de seinen op groen en rijdt de stoptrein door. De treindienstleider merkt namelijk dat de sneltrein uit Utrecht vertraagd is en besluit om de stoptrein vast door te laten rijden. Het NX-systeem zet daarom automatisch het sein voor de sneltrein op rood en het daaraan voorafgaande sein op geel. Hoe het heeft kunnen gebeuren zal wel altijd een raadsel blijven, maar de machinist van de sneltrein mist het geel tonende sein en rijdt met een snelheid van 125 km/uur door. Misschien speelt de dichte mist een rol of wordt hij een moment afgeleid. Even later ziet hij wel het rood tonende sein en hij realiseert zich de vergissing. Zijn trein remt uit volle macht maar … het is niet genoeg. Met ruim 100 km/uur boort de sneltrein zich nagenoeg frontaal in de stoptrein die juist bezig is om de kruising over te steken. De klap is tot in Woerden en de dorpen Kamerik en Harmelen te horen. Bewoners van huizen vlak bij het spoor zien de ramp zich voor hun ogen voltrekken.

Ravage

De ravage is enorm en in onwerkelijke stilte trekt een grote stofwolk op en vermengt zich met de mist. Van het voorop lopende vierwagenstel van de stoptrein wordt de voorste wagon volledig vernield. Van de tweede wagon wordt de zijkant afgerukt en de derde wagon wordt verwrongen door de rijtuigen van de sneltrein. De laatste wagon en het achterop lopende tweewagenstel blijven in het spoor staan, gehavend en wel. Met de sneltrein loopt het niet veel beter af. De locomotief wordt opzij gedrukt en het eerste rijtuig versplintert tegen de stoptrein. De volgende vier rijtuigen schampen de stoptrein en ontsporen. De laatste zes rijtuigen blijven in het spoor.

Hulpverlening

Het personeel van het seinhuis in Woerden slaat onmiddellijk groot alarm. Al snel heeft de botsing de status van nationale ramp. Ziekenwagens tot uit Rotterdam, Gouda en Utrecht spoeden zich naar de rampplaats. Omwonenden zijn het eerste ter plaatse en doen wat ze kunnen om de gewonden en overlevenden bij te staan. De gewonden worden afgevoerd naar ziekenhuizen in Woerden en Utrecht. De overledenen worden opgebaard in de Buurkerk in Utrecht. Hun namen worden opgenomen in het overlijdensregister van de toen nog zelfstandige gemeente Kamerik omdat de plaats van de ramp tot die gemeente behoort. Koningin Juliana onderbreekt haar skivakantie in Oostenrijk en bezoekt de plaats van de ramp, de gewonden in de ziekenhuizen en de nabestaanden in de Utrechtse kerk.

Beveiliging

Met deze treinramp als directe aanleiding besluit de NS om een in ontwikkeling genomen nieuw beveiligingssysteem versneld in te voeren over vrijwel het gehele Nederlandse spoorwegnet. De Automatische Trein Beïnvloeding (ATB) zorgt er voor dat een trein snelheid mindert bij een geel tonend sein en stopt bij een rood sein. Ook als de machinist niet zelf tot remming overgaat. Dit systeem vormt nog steeds het hart van de beveiliging van de treinenloop. Uiteindelijk zal de ATB worden vervangen door een systeem dat in grote delen van Europa toepassing gaat vinden.

Monument

Precies 50 jaar na de ramp, op 8 januari 2012, onthult prof. mr. Pieter van Vollenhoven een monument ter nagedachtenis van de slachtoffers. Het staat naast het spoor bij De Putkop nabij Harmelen. Het monument, van de Kamerikse kunstenaar Taeke de Jong, bestaat uit twee hardstenen platen die scheef staan, net als de verwrongen wagons van toen. Op de platen staan de namen van de doden vermeld. Voor de platen, op een rode hardstenen sokkel, is een sculptuur aangebracht. Tussen de platen door kijk je in de richting van de plaats van de ramp.

Hoofdauteur: Niek de Kort
Spoor naar Woerden

Met regelmaat van de klok rijden overal in Nederland treinen. Minimaal twee keer per uur. Meestal kun je nog veel ...

lees verder >